Betaïne

Betaïne (glycinebetaïne) is een lastig stofje om grip op te krijgen. Sommige publicaties, o.a. die van Ed Cremers (De Karperwereld nr. 97) voeden de twijfel: helpt het nu wel of niet...? Rede genoeg om wat gegevens op een rijtje te zetten. Trek zelf je conclusies!

  • Betaïne is vernoemd naar de suikerbiet (Beta vulgaris) waaruit deze stof oorspronkelijk werd geïsoleerd. 
  • Betaïne is geen chemisch of “voedsel-vreemd” product. We vinden het terug in tal van natuurlijke bronnen als planten (suikerbiet, tarwe, gerst, mais), gist, paddestoelen, visvlees en schaaldieren. Zei het in kleine hoeveelheden. 
  • Betaïne is een afgeleide van het aminozuur glycine. Een van die heerlijke stofjes die waterdieren afgeven aan hun omgeving. Interessant wel, omdat betaïne mogelijk van nature dat amino-signaal versterkt waar onze vriend zo verzot op is.
  • Betaïne is ook niet onbekend of “experimenteel”. En al lijkt het wetenschappelijk dossier wat dun, het empirisch verkregen beeld is zeer stabiel. Anders zou de diervoeder- en visindustrie het ook nooit zo intensief ten gunste van hun productie en kwaliteit.
  • Daarbij melden veel producenten dezelfde positieve boodschap, zei het soms in andere taal of bewoordingen. Alleen de doseringen wijken soms af...! 
  • Betaïne HCL is moleculair iets anders dan de glycinebetaïne en heeft daarmee een beter effect op de spijsvertering van de karper. Helpt het lichaam om vetten, eiwitten, vitaminen (B12) en mineralen (calcium, ijzer) sneller op te nemen. 
  • Betaïne HCL vergroot hiermee de frequentie van voedselopname (eetlust) en doet indirect vissen sneller groeien.
  • Betaïne HCL verbetert het immuunsysteem van de vis. Een van de redenen waarom het in de vis-kweek wordt toegepast om de overlevingskansen van jonge vissen te verhogen.  
  • Betaïne HCL is hitte bestendig en behoudt dus zijn waarde na koken of stomen. 

Belangrijk: Ons inziens kan Betaïne HCL je boilie zeker verbeteren. De hamvraag is alleen in welke mix en dosering?! En hier wordt het lastig, want de ene firma of “specialist” zegt iets anders dan het andere. Ook weten we niet hoe zuiver de grondstoffen zijn die ze aanprijzen. Wel dat e.e.a. precies luistert. Zo onderschrijft onderzoek dat concentraties van 0,01566 gram per kilo mix het beste resultaat geeft, terwijl anderen producenten wel tot 5 gram durven gaan... zelfs hoger! De meeste hebben het wel over het toepassen van kleine hoeveelheden. 

Combinaties: Waar het de mix betreft doet Betaïne HCL het zeker goed met andere zoete, zetmeelrijke grondstoffen. Dit alleen of in combinatie met een andere sweetner of vloeibare Talin of natuurlijke additieven als GLM, Spirulina, Kelp, aminopoeder, enzovoort. Toch zouden wij het zeker ook eens in een vismeel-recept proberen. 

Conclusie: Betaïne HCL is absoluut een stofje om mee te werken, maar gebruik in eerste instantie echt minimale hoeveelheden. En mocht je aan het effect van kleine doseringen twijfelen, vergeet dan niet dat onze vriend een bionische zoekmachine is...

Betaïne en bijhorende structuurformule