Tarwe volkorenmeel

Tarwemeel (triticum = tarwe) is een ingrediënt dat in bijna elke boilie wel voorkomt. Zo vaak zelfs dat we weleens het idee krijgen dat de (meer)waarde ervan wordt terug gebracht naar “alleen die basis”; bedoeld om van die andere, meer “unieke” ingrediënten een boilie te kunnen maken... maar niets is minder waar!

  • Tarwemeel is gewoon een zeer gezonde en daarmee aantrekkelijke grondstof voor onze vriend. Vanuit de wetenschap dat de karper niet perse op snoepgoed uit is, als wel zijn lijfsbehoud op de voorgrond plaatst (Voedsel, Veiligheid en Voortplanting), is deze kwaliteit een sterke stimulans om ervan te eten. Iets dat mogelijk ook een deel van de goede instant-waarde verklaart!

  • Tarwemeel zit dus niet in een basismix omdat het als grondstof “ondergeschikt” is aan andere grondstoffen, het zit er in omdat het naast de voedingswaarde en instant-waarde ook nog eens goed verwerkbaar is, met elk ander ingrediënt valt te combineren, prima bindt... en dat alles voor een goede prijs! 

  • Tarwemeel is alleen niet een echte “harder”, maar dit kan makkelijk worden opgevangen door andere ingrediënten. 

  • Tarwe(meel) is als graankorrel het zaadje van waaruit de nieuwe plant kan groeien. Zo'n zaadje bevat dus alle benodigde voeding voor de jonge plant. Dit zegt iets over de “compleetheid” van de grondstof. Het bevat voedingsvezels, vitamines, mineralen, goede vetten, koolhydraten, eiwitten, enzovoort.

  • Tarwemeel is één van de oudste en meest gebruikte granen die we kennen. Het komt voor in meerdere soorten en kwaliteiten, zoals emmertarwe, spelt, (harde) durum-tarwe, (zachte) broodtarwe, enzovoort. Daarbij is er een verschil tussen tarwe uit een warm landklimaat (harder) en een koud zeeklimaat (zachter): de harde tarwekorrel draagt minder zetmeel dan de zachte tarwekorrel. En als laatste is er sprake van zogenaamde voorjaarstarwe (voorjaar gezaaid en najaar geoogst) en wintertarwe (najaar gezaaid en voorjaar geoogst). Of uit deze laatste en voor ons doel ook wezenlijke verschillen komen weten we niet. Doorgaans wordt de tarwe uit de zomer als wat “rijker” omschreven.

  • Tarwemeel is in de markt (net als elk andere grondstof) soms onderhevig aan wat “gerommel”. Niets aan te doen. Gewoon alert zijn. Zo kan vermalen (oud) wit- en bruinbrood verkocht worden als tarwemeel. Dit is verder prima spul hoor, lekker goedkoop, maar wij prefereren toch liever de echte en vers van de “pers”. 

  • Tarwemeel als graansoort maakt deel uit van een groep gecultiveerde “grasachtigen”, die een grote diversiteit aan soorten omvat, waaronder tarwe dus, gerst, rogge, spelt, haver, enzovoort. De korrels verschillen in grootte, kleur, textuur en smaak, maar hun opbouw is overwegend gelijk en als volgt samengesteld:

  1. De zemel is de buitenste laag van de korrel en heeft als doel de kern te beschermen. De zemel is de zaadhuid die met de vruchtwand is vergroeid. Zemelen zijn weinig verteerbaar, maar rijk aan vezels (cellulose). Ze zorgen voor een goede darmwerking. De zemel bevat diverse vitaminen, mineralen en fytinezuur. Deze laatste heeft de eigenschap zich tijdens de spijsvertering te binden aan mineralen zoals calcium, ijzer en zink en ervoor te zorgen dat het geheel onoplosbaar blijft en niet kan worden opgenomen in de darm... zodoende onaangetast via de ontlasting het lichaam verlaat. 

  2. De aleuronlaag is de laag die ervoor zorgt dat het meellichaam en de zemel (wandlagen) van elkaar gescheiden blijven. Deze laag is mede rijk aan eiwitten en vitaminen. 

  3. De kiem is de kern waaruit een nieuwe plant kan groeien en logischerwijs rijk aan voedingsstoffen. De kiem neemt ongeveer 2% van de graankorrel in beslag en bevat een hoog gehalte aan onverzadigde vetzuren. Ook vitamine E, B-vitamines en mineralen zijn in de kiem aanwezig. De kiem bevat alle voedingsstoffen die de zaadkorrel nodig heeft om uit te groeien tot een plant. Door het vet vermindert de kiem wel de houdbaarheid van het graan(product). De rede waarom hij vaak wordt verwijderd tijdens het productieproces.

  4. Het meellichaam (of endosperm) vormt procentueel het grootste deel van de graankorrel en bevat voornamelijk eiwitten en zetmeel. Dit zetmeel is een belangrijke voedingsbron voor de kiem wanneer de plant aan het groeien is. Ook B-vitamines, ijzer, fosfor, vet en water zijn hierin (beperkt) aanwezig. Bij witte bloemsoorten is het meellichaam vaak het enige deel van de graankorrel dat gebruikt wordt, dit zorgt er dus wel voor dat er flink wat minder vitaminen en mineralen ed. aanwezig zijn. 

Principeopbouw van de graankorrel

Leuk: Onze voeding (en graankorrel) bestaat niet alleen uit eiwitten, koolhydraten, vetten, vitamines en mineralen. In werkelijkheid zijn er veel meer stoffen van betekenis. Een belangrijke groep hier vormen de fytochemicaliën: bestanddelen van plantaardige voedingsmiddelen (“fyto”<>“plant”). Deze stoffen hebben een positief effect op de werking van het lichaam. Er zijn vele soorten fytochemicaliën en elk kent een eigen werking en functie. Het zijn “functional foods”: voedingsmiddelen die fysiologische actieve bindingen bevatten die positief inwerken op de gezondheid. In levensmiddelen geven fytochemicaliën smaak, geur en kleur. 

Belangrijk: In de markt is het vaak onduidelijk wat er nu precies aan soort meel gebruikt wordt in de boilie. Met name de woorden “bloem” en “meel” worden met elkaar vermengd. Om het overzichtelijk te houden maken wij hier een onderscheidt tussen de volgende drie (hoofd)soorten: volkorenmeel, meel en bloem. 

  1. Volkorenmeel bevat alle onderdelen van de graankorrel, dus de meelkern, de kiem, de zemel en de aleuronlaag in de natuurlijke verhouding. Herkenbaar doordat in het meel de zemelen met het blote oog goed zichtbaar zijn. 

  2. Meel is veelal een combinatie van bloem en volkorenmeel. In de praktijk vaak in een verhouding van 50/50, maar dat kan variëren. Ook hier zijn de zemelen met het blote oog zichtbaar. 

  3. Bloem wordt gemaakt van uitsluitend het binnenste deel van de graankorrel; de meelkern. Alle overige onderdelen, zoals de zemelen en de kiemen, worden er na het malen uitgezeefd waardoor er een wit(tig) graanpoeder overblijft. 

Tarwe-volkorenmeel is dus niet van dezelfde kwaliteit als tarwe-bloem! Tarwemeel bevat bijvoorbeeld door de zemelen meer vezels voor een betere darmwerking en spijsvertering. Tevens door de kiemen, zemelen en aleuronlagen meer voedingswaarden (vitamines, mineralen, vetten, enzovoort) die er bij de bloem zijn uitgefilterd. Dat wil overigens niet zeggen dat de bloem perse slechter is dan volkorenmeel, maar wel dat er verschil bestaat en dat je bewust moet zijn van het feit dat dit effect heeft op je boilie... bijvoorbeeld:

  1. Bloem maakt de boilie meer elastisch (vanwege gemiddeld hoger eiwit-gehalte).

  2. Bloem sluit de boilie meer af (kent een meer, fijnmazig bindingsstructuur).

  3. Volkorenmeel stimuleert een betere spijsvertering (bevat meer vezels).

  4. Volkorenmeel biedt meer voedingswaarde (vitaminen, mineralen, vetten, enzovoort).

  5. Volkorenmeel is korter houdbaar dan bloem (meer vetten / 3 versus 6 maanden).

Dosering: Wat ons betreft wordt de maximale dosering alleen bepaald door de fysieke noodzaak om de boilie draaibaar te krijgen. Te veel tarwemeel maakt hem zacht. Ook moet je jezelf afvragen hoe snel je het voedsel door het darmkanaal van de vis wilt laten “vliegen”. Bij hoge(re) temperaturen hoeft deze “versnelling” niet perse gunstig uit te pakken. In de winter (onder de 10 graden Celsius) in veel gevallen wel! Verder is het gewoon een heel fijn product... wij hanteren een maximum van 30%.


Tarwemeel (volkoren)... een verrassend rijke grondstof!