Bestand

Hoeveelheden:


Het maakt wat uit of je jouw aas voorbereidt op een water waar veel of weinig vissen (per hectare) zwemmen. Bij een groot bestand is de kans dat er vis op je stek komt simpelweg groter dan bij een klein bestand. De noodzaak om de vis met je boilies naar jouw stek "te lokken" verandert daarmee ook. Misschien hoef je bij een groot bestand minder triggers toe te voegen, signalen te versturen of qua kleur minder op te vallen. Andersom bij een klein bestand misschien iets extra's of opvallends te introduceren. Ingrediënten te kiezen die qua signaal in water ver dragen en herkenbaar zijn of hiervoor de wasemkracht van je boilie te verhogen. Natuurlijk moet in de basis elk aas aantrekkelijk zijn, maar je kunt altijd experimenteren met de hoeveelheden additieven of flavours die je inzet (zie ook hoofdstukken als "Kwaliteit" en "Attractiviteit" en "Doelstelling")


Dressuur:


Dressuur is een ingewikkeld fenomeen. Het is het effect van de geschiedenis en context die een water kent. Het wordt doorgaans gezien als het gevolg van hengeldruk, maar kan ook het resultaat zijn van de mate waarop de karpers van ons aas afhankelijk zijn (geworden). Voedselnijd of gewoon gewenning kunnen het winnen van de behoefte aan veiligheid. Het gaat steeds om die balans tussen de overlevingsdriften van de karper (voedsel – voortplanting – veiligheid).


Dressuur staat voor een verhoogd alertheids-niveau van de vis. Woorden als schuchter en schuw zijn van toepassing en er bestaat gewoon geen kant en klare oplossing om dit te doorbreken. Wel heerst er een vast thema rondom deze materie die sturing kan geven aan het recept dat je bedenkt: het 'anders zijn dan anderen'. Iets introduceren dus dat de nieuwsgierigheid van de karper stimuleert. Ze losweekt van die herkenning van gevaar. Dit in karakter, smaak of alleen de fysieke eigenschappen van je boilie. Toch zijn er meerdere zienswijzen die die de revue passeren. We hebben de volgende voor je op een rijtje gezet:


  • Opvallen door een unieke boilie te introduceren die er qua karakter, kleur of positie uitspringt en anders is dan wat de vis gewend is aan te treffen.
  • Juist in de anonimiteit kruipen door met je boilie zo precies mogelijk aansluiten op het dagelijks, aanwezig, natuurlijk voedsel.
  • Een gemakkelijk alternatief en aanvulling bieden op het aanwezig natuurlijk voedsel door het voeren van makkelijk verteerbare, zachte, volledig schrale, eiwit-arme boilies.
  • Klein aas toepassen en goed uitbalanceren, zodat het zich onder water zo natuurlijk mogelijk gedraagt/aansluit.
  • Combinaties zoeken met natuurlijk voedsel... dus bijvoorbeeld een trosje maden op je boilie presenteren.
  • Of gebruik gewoon natuurlijk aas op je hair, in mesh gezakt of in Bogey geplakt (Krypton). 


Wat je doet en waarom is sterk afhankelijk van wat de geschiedenis en de context van het water je verteld. Iets om zelf uit te vinden. Je zou ook een mengsel van alle drie kunnen proberen en zo op meerdere paarden wedden. Bij ons heb je al per 10 kilo een unieke batch, dus je kunt best experimenteren. Veel is natuurlijk afhankelijk van je presentatie en wijze van voeren, maar dit valt buiten de kaders van MyBoilie. Zie voor een nadere behandeling van het fenomeen dressuur ook andere hoofdstukken, zoals "Doelstelling".


Gewichten:


De aanwezigheid van zwaargewichten of juist veel kleinere vissen kan invloed hebben op de keuzes die je maakt ten aanzien van je boilies. Of de hoeveelheid ervan die je op de hair rijgt. Wij zelf geloven niet zo direct in een selectief ingrediënt. Hiervoor spelen teveel andere factoren een rol om dit te kunnen bewijzen, zoals de grote van je aas of lengte van je hair. Volgens schrijven van met name Engelse vissers wordt verondersteld dat met name vismeel gerelateerde mixen over de jaren heen veel grote vissen op de kant hebben gebracht. Het zou kunnen dat deze grondstof, rijk aan natuurgetrouwe macro-nutriënten, het beste aansluit bij de dagelijkse voedselbehoefte van zware jongens. Wie groot is moet veel en voedingswaarde-rijk eten nietwaar...?! Het lastige echter van deze kwestie is dat ook met kunstaas zwaargewichten op de kant komen en andere groepen juist zweren bij zoete, koolhydraat-rijke knikkers! 


Wij geloven dus niet zozeer in dat ene ingrediënt, als wel een mogelijk selectief karakter van je boilie. Of misschien beter gezegd: de selectieve werking van je aas als geheel. Zie voor een nadere toelichting het hoofdstuk "Doelstelling".


Bijvangsten:


Doorgaans is het voor karpervissers wenselijk om zoveel mogelijk bijvangsten te voorkomen. Aan de andere kant weten we ook dat etende vissen andere vissen aantrekt. Niet zelden begint het feest met enkele brasems, alvorens onze doelgroep ten tonele verschijnt. Iets dus om rekening mee te houden. Handig is wel om enig gevoel te hebben bij wat die bijvangsten wel of niet waarderen. Hier een bescheiden overzicht:


  • De Brasem is net als de karper een alleseter. Dat maakt het lastig om aanbeten te voorkomen. Wel scheelt het als je de boilies minder nadrukkelijk van additieven voorziet. Deze "techniek" toont doorgaan het beste resultaat. Beperk dus je flavours of amino's. Laat de boilies wat minder wasemen. Ook tijgernoten (mix) en pinda's zijn bij witvis minder favoriet. Net als sterk en scherp gekruide gerechten. Maar pas op met de knoflook... een combinatie van Robin Red met een te hoge dosis knoflook kan dodelijk zijn. Een fysieke selectie door het toepassen van groter en harder aas (> 24 mm.) of het toepassen van een langere hair kan soms helpen, maar helaas blijken vaak ook deze vormen van fysieke selectie niet waterdicht.
  • Voor overige witvis geldt in feite een zelfde verhaal. 
  • Ook de Steur pakt zo'n beetje elk aas, al is het een ander soort vis dan de karper. Ze hebben iets meer affiniteit met dierlijke grondstoffen, maar hier verschillen de meningen op de markt. Het zijn bijzondere dieren. Stress gevoelige stofzuigers met een kort spijsverteringsstelsel (en geheugen!!!). In plaats van schubben hebben ze een vlezige huid met benige platen. Ze houden van koel, schoon, helder, stromend en zuurstofrijk water. Bij dalende watertemperaturen blijven ze dan ook veel langer actief. En dus is de kans aanmerkelijk groter om er een in de winter te vangen. Weet daarbij dat de steur alleen maar vooruit kan zwemmen. Ze hebben hierdoor relatief veel ruimte nodig om te foerageren en zijn veel minder wendbaar dan onze vrienden. Daarbij zwemmen steuren gemakkelijk vlak over de bodem. Het liefst langs randen en gebieden die vrij zijn van obstakels, (draad)algen en planten. De kans bestaat namelijk dat zij er met hun beenplaten in verstrikt raken of zich verwonden. Soms zelfs met de dood tot gevolg. Mogelijk kan je inspelen op deze specifieke eigenschappen door bijvoorbeeld locaties te zoeken die niet voldoen aan de wensen van deze prehistorische bodemsnuffelaar. Denk aan die delen van een water die minder helder zijn of koel, denk aan nauwe, kleine kommetjes, dicht tegen obstakels, tussen lelies en/of andere waterplanten of een aaspresentatie hoog en los van de bodem.
  • De Meerval wordt ook weleens aangemerkt als een alleseter, maar zijn voorkeur gaat toch wel uit naar dierlijk en levend aas. In het wild eten meervallen voornamelijk andere vissoorten zoals brasem, voorn, blei en karper. Vissen met levend aas is echter in Nederland bij wet verboden. Om vangsten met boilies te voorkomen is het verstandig vismeel-ingrediënten, pellets of ander natuurlijk voedsel (wormen, maden ed.) minder te gebruiken. Het toepassen van bijvoorbeeld zoete of plantaardige grondstoffen reduceert de kans op een aanbeet.
  • Als je Kreeften op je stek hebt, dan is het vooral zaak om je boilie te beschermen. Je boilies flink hard maken en drogen helpt een beetje, maar tegen met name de "grote jongens" valt echt niet op te werken. Zelfs met bescherming blijft het verstandig regelmatig je aas te controleren.