Doelstelling

Selecteren:  

Het hebben van een doel houdt in dat je volgens een bepaald plan wilt werken. Iets specifieks wilt bereiken. Met andere woorden, "bijvangsten" in de breedste zin des woord wilt voorkomen; specifieke resultaten nastreeft. Het betreft in feite een vorm van selectie. Je wilt een bepaalde vis vangen (target) of zoveel mogelijk vissen (volume) of in korte tijd resultaat behalen (instant succes).

In algemene zin zijn de meningen nogal verdeeld waar het om de mogelijkheid van selectie gaat. De meest begrijpelijke vorm is die van het vinden van "je vis" of "de school" waar je naar op zoek bent. Ook in de oppervlaktevisserij is deze "visuele vorm" van selectie goed te vatten. Het wordt wat anders als alles zich onzichtbaar onder water afspeelt. Dan moeten we toch maar afwachten wat er wil bijten. 

Aan de andere kant zijn wij als vissers niet helemaal "blind". Er zijn best middelen om gericht te vissen. En ook al is het de vraag of er werkelijk zoiets bestaat als een boilie voor grote karpers of het perfecte instant voer, ervaringen door de jaren heen geven toch te denken. Niet alles hangt daarbij af van het aas dat je gebruikt. Veelal is de strategie die je volgt meer bepalend, maar omdat het bij ons vooral om boilies gaat laten we deze facetten waar mogelijk achterwege. Misschien dat wij deze in een later stadium aan het studiecentrum toevoegen.

Wel zien we belang in het brengen van overzicht in thema's die zich bewegen rondom deze materie van selectie. Vier overdenkingen willen we hier op de voorgrond plaatsen. Zij spelen elk een rol binnen strategien om selectief te vissen: 

  • Jongere vissen zwemmen vaker in scholen en azen sneller en agressiever. Werpen eerder hun schroom af. De ouderen arriveren meestal later pas, zijn voorzichtiger, zwemmen solitair of in kleine groepjes. 
  • Selectiviteit wordt soms verward met het fenomeen attractiviteit. Zij zijn beslist niet hetzelfde. Sterker nog, ze kunnen elkaar behoorlijk in de haren zitten. Zo is Hennep een uitstekende attractor voor de karper, dus zou je het kunnen inzetten om veel karpers te vangen, maar wat als er elke minuut een brasem op de mat komt...?! Selectiviteit houdt eerder in dat je leert spelen met de mate van attractiviteit of de wijze waarop en waar je je aas aan de karpers aanbiedt.
  • Er bestaan drie verschillende vormen van selectiviteit. Een visuele, fysieke en een meer "mentale vorm". De eerste speelt bij zoals eerder omschreven die situaties waarin we de vissen kunnen zien (bijvoorbeeld: bij de oppervlaktevisserij). De tweede is als we ervoor zorgen dat bepaalde soorten vissen je aas gewoon fysiek wel/niet (beter) kunnen eten (bijvoorbeeld: groot formaat boilies toepassen). De derde vorm betreft een inspelen op de situatie of op eigenschappen van bepaalde vissen, zodanig dat je de kans vergroot dat specifieke vissen je aas wel/niet zullen eten (bijvoorbeeld: het plaatsen van je haakaas buiten je voerplek voor het voorzichtig azende soort of het kiezen van specifieke ingrediënten waardoor je het aas voor sommige vissen meer of minder aantrekkelijk maakt (zie ook "Bestand")). 
  • Het is altijd goed om je eigen zienswijze op een gezonde wijze te blijven relativeren. Selectie reikt maar tot een bepaald niveau. Al is het maar dat ondanks veel aangetoond kuddegedrag individuele vissen verschillen. In voedselproccupatie (zie ook bovenstaand), mate van stofwisseling (meer/minder eters) en het onderscheidt tussen zelfs simpelweg slimme en domme karpers.

We zouden hier verder willen verwijzen naar ons verhaal over "Kwaliteit". Hierin wordt onder "selectiviteit" de thematiek nog wat verder uitgewerkt.

Target:  

Al staat de karper bekent als alleseter, het is ook algemeen bekent dat er tal van vissen rondzwemmen met een meer eigen, individuele voorkeur. Sommige krijg je bijvoorbeeld gewoon niet op een boilie gevangen, terwijl zij er wel op een tijgernootje uitkomen. Andere geven de voorkeur aan een zoete smaak, terwijl andere weer meer de voorkeur hebben voor een vismeelvariant. Waarom dit zo is weten we niet, maar het geeft in ieder geval aan dat selectie ook op smaak kan plaatsvinden. Dus als je weet waarop "jouw vis" doorgaans gevangen wordt ben je op het goede pad. Gewoon rondvragen dus...

Target-vissen gaat niet altijd, maar vaak wel om de grotere vissen van het water. In onze optiek bestaat er niet zoiets als een enkele, specifiek grote vissen strategie, als wel zienswijzen die de kans op de wat grotere exemplaren doet toenemen. De oplossing die je uiteindelijk kiest, of strategie zo je wilt, blijft daarbij afhankelijk van de gegeven situatie. De basis is de wijze waarop je gemiddeld de eigenschappen van deze grotere vissen weet te vertalen in jouw visserij. Daarbij gelden onder andere de volgende aandachtpunten/afwegingen die wij in de literatuur aantreffen:

  • Grote vissen hebben meer levenservaring, hetgeen suggereert dat ze minder makkelijk te vangen zijn. Aan de andere kant moeten ze ook meer eten. Het liefst makkelijk en veel kunnen consumeren. Dus veel binnen krijgen met weinig moeite. Gebruik eens wat zachter voedsel, misschien zelfs voorgeweekt.
  • Grote vissen hebben ook een grote mond (zie ook de paragraaf "Afmetingen" bij "Eigenschappen"). Hier kan je op inspelen door grotere boilies te kiezen als voer- en haakaas of door een langere hair te gebruiken of meer bolies op een rijtje aan je hair te prikken. Sta echter niet vreemd te kijken als er toch een brasem aanhangt. De methode is geenszins waterdicht. 
  • Grotere vissen zijn dikwijls solitaire vissen. De praktijk toont ons dat bij aanvang vaak scholen kleinere exemplaren zich op de voerstek werpen en de groten er in eerste instantie wat omheen dwalen. Het plaatsen van je aas buiten de voerstek kan dus goed werken. Het kan daarbij soms helpen om op een zeer compacte stek een serieuze hoeveelheid voer te leggen (enkele kilo's), daarbij met je haakaas de grotere vissen als het ware te volgen: te beginnen buiten deze voerstek en zo richting de rand langzaam naar de kern toe te vissen. 
  • Zorg daarbij (als dat kan) dat je een gehaakte vis niet over je voerzone afgedrild. Vissen in paniek geven een negatieve impuls en karpers zijn nu eenmaal groepsdieren. Vissen reageren op andere vissen. Kopiëren gedrag; volgen het voorbeeld van anderen. Mocht de schrik er dan toch inzitten, kies er dan eens voor om je aas aan te passen. De nog aanwezige vissen een "andere prikkel" geven. Sterk gesoaked of halfjes te voeren... of simpelweg een andere kleur in te zetten zodat de associatie met "het gevaar" wordt weggenomen. 
  • Sommige vissers claimen dat de meeste grote vissen op vismeel-bollies gevangen zijn (worden). Dit zou ons inziens te maken kunnen hebben met de compleetheid van het voer, de voedingswaarde waar je als grote vis behoefte aan hebt. Aan de andere kant zijn er net zoveel die beweren dat juist de meer zoete, koolhydratenrijke boilies het verschil maken. Wij zouden dit willen overlaten aan jouw eigen ervaringen. Wij denken dat dit gewoon per water en situatie steeds anders is en dus is vooral hierop flexibel en doelgericht inspelen ons advies. Hang geen vaste theorie aan, maar ondervindt wat werkt in de praktijk.
  • Niet zelden wordt er in de markt gesproken over grondstoffen of triggers of flavours die vooral de grote vissen op de kant zouden brengen. Ons inziens is dit een fabeltje. Net zo als bij elke andere vis is ook het vangen van een grote vis context afhankelijk. De variatie hierin maakt het onmogelijk om te spreken van een sturend effect door specifieke grondstoffen, triggers of flavours. Wat wel kan is dat sommige van deze stoffen goed aansluiten (aantrekkelijk zijn voor de karper) en dus veel gebruikt worden bij strategien die gebruikt worden om op grote vissen te jagen. Het is dan logisch dat ze er ook mee gevangen worden!

Volume: 

Wil je veel karpers vangen, ongeacht het gewicht of specifieke soort, dan is dat ons inziens het domein van de boilie die goed in balans is. Of in relatie tot de gegeven situatie de karper het best de gelegenheid geeft deze balans met jouw voer te vinden. Het gaat hier dan ook niet direct om heel snel vis vangen, maar uiteindelijk zoveel mogelijk. En veel vangen betekent dat de karper veel moet azen. Je boilie dus graag en vaak en veel wil consumeren!

Er bestaan verschillende gedachten omtrent deze materie. De meeste richten zich op het inzetten van een specifieke strategie of het vinden van de beste locatie. Toch zijn er ook aasgerelateerde zienswijzen:

  • Zo kun je bijvoorbeeld voeren met een mix van verschillende typen boilies waardoor je inzet op een bredere interessegebied. Zoete, schrale koolhydraten boilie samen met een voedingsrijke vismeel boilie of gewoon dezelfde boilie met toevoeging van verschillende attractoren of flavours. Hiermee kan je inspelen op de individuele preoccupatie van de vis. De ene vis heeft nu eenmaal een andere voorkeur dan de andere.
  • Of kies een rijke combinaties met verschillende partikels. Bijvoorbeeld in een voermix bestaande uit: grondvoer, blikmais, natuurlijk voedsel (maden, wormen, casters, enz.), gecrushte zaden, tijgernoten en boilies. Je geeft de vis een ruime keuze... zet ze aan tot azen in het algemeen. Het heeft wel iets van schieten met hagel, maar voor iedereen is er wat te vinden. En belangrijk daarbij is: eten doet eten! Dus vissen helpen elkaar zo om toe te bijten. Let wel, de karper kan daarbij ook juist selectief te werk gaan. Met name als hij niet echt hongerig is. Met andere woorden, alleen de lekkere snoepjes er tussenuit eten en wat hij niet wenst laat hij liggen. Zorg er dan in dit geval voor dat jouw haakaas tot die snoepjes behoord, want de karper is welliswaar een alleseter, bij overvloedt verandert hij in een "aas-sorteerder". Voorkom dus een concurrentiestrijd met jezelf. Het is daarbij aan jezelf om uit te vinden wat op jouw water het beste werkt.
  • Een gedachte die we het meest voorbij zien komen is om gewoon de attractiviteit van jouw aas omhoog te gooien. Veel te wasemen. Een sterk voedselsignaal af te geven. Wel met het risico op bijvangsten. Maar ook hier geldt: eten doet eten. Alles lekker te combineren met voedseldelen die bijvoorbeeld veel geluid geven. Tijgernoten, hennep of vogelzaden... Realiseer je daarbij wel dat dit op de lange termijn niet altijd betekent dat je ook meer zult vangen. Attractiviteit is nu eenmaal een relatief gegeven en dient altijd te worden gezien in relatie tot de context waarin jij aan het vissen bent (zie ook het hoofdstuk "Attractiviteit").

Snel resultaat: 

Wil je snel resultaat zien en zonder al te veel moeite instant karpers vangen, dan is doorgaans toch de mening dat hier de schrale, koolhydratenrijke boilies het sterkst effect hebben. Kijk maar eens naar wat wedstrijdvissers doen of vertellen... ook die witvissers. Wederom geen wet, maar een veel herhaalde mening. Voor een goede werking op lange termijn kies je hoogwaardig aas, voor de respons op korte instant liever die schrale. Tweak daarbij je boilie door gebruik te maken van allerlei truukjes om er als het ware uit te springen; op te vallen. Door je grondvoer, aasaanbieding of strategie (zie ook "Attractiviteit"). Of ga lekker struinen langs de waterkant. Ga niet zitten wachten, maar zoek ze op!

Dressuur:  

Er zijn verschillende thema's die rondom dressuur bewegen. De meest herkenbare is dat de vissen te veel onder druk staan van de visserij en derhalve meer alert zijn dan doorgaans (gevoelig voor "onnatuurlijke zaken"). Iedereen heeft zo zijn menig of houding hoe hij hiermee om gaat. Bijvoorbeeld door bij weinig dressuur of weinig concurrentie een eenvoudig, natuurlijk bolletje in te zetten, soms in meerdere karakters. En bij veel dressuur en concurrentie juist een meer uitgesproken, eigenzinnige smaak en karakter te kiezen. Het credo dat heerst is "anders zijn dan anderen". 

Het gaat er bij ons om dat je uiteindelijk je eigen mening en beeld vormt, maar wel kunt leren van andermans kennis en ervaring. Het leek ons daarom handig enige handreikingen te doen vanuit verschillende, alternatieve zienswijzen die wij in de markt zijn tegengekomen:

  • Dressuur kan voortkomen uit het feit dat andere vissers bergen met voedsel aan het storten zijn. Zo'n voedselbom kan effect hebben op een groot deel van het visbestand... wat moet je dan? Wellicht helpt het om niet ook met nieuw voedsel in het water te beginnen maar juist minder opvallend aanwezig te zijn. Je aas bijvoorbeeld voor te weken in het desbetreffende water. Iets heel neutraals te kiezen. Je boilie niet te opvallend flavouren, maar gewoon van een goed, eenduidig karakter voorzien. Een lekkere vismeel en that's it! Of je kiest juist voor eenzelfde boilie als waar flink mee gevoerd is. Vis dan wel met letterlijk dat wat er al dagen in ligt. Laat je haakaas net zo lang weken. Zorg er dan wel voor dat je boilie het aankan en dus niet vroegtijdig van je hair dondert.
  • Dressuur kan voortkomen uit het instinct dat getriggert raakt door te veel negatieve ervaringen achter elkaar. Niet dat dit perse leidt tot kennis van deze specifieke ervaringen zelf. Hiertoe is de karper gewoon niet in staat. Verbanden leggen tussen gebeurtenissen kan hij alleen indien dit binnen zeer korte periode plaatsvindt (seconden!). Daar hoort bij dat geheugensporen die hierdoor ontstaan in de loop van de tijd ook weer verdwijnen. Dus ook al leert de vis door associatie (klassieke of operante conditionering) hij raakt deze "kennis" ook weer kwijt. En vanwege onze "no kill" code vindt er ook geen natuurlijke selectie plaats. Maar het verscherpt wel het instinct en dit instinct is tot op zekere hoogte wel overdraagbaar. Het draait hierbij dan om eigenschappen in het lichaam die onder invloed van omgevingsfactoren veranderen; moleculen in het lichaam die aan- en uit worden gezet. Deze moleculen worden aan nakomelingen doorgegeven. Hierdoor zijn ze bijvoorbeeld op den duur beter bestand tegen veranderende omgevingskwaliteiten. Soort upgrades waardoor ze sneller of slimmer op bepaalde omstandigheden kunnen reageren. Meer immuun zijn voor veranderende temperatuur, voedingsbronnen, hoeveelheden ervan, zuurstof gehalte, PH-waarden etc... Toch blijft het de vraag of dit "leren" de uiteindelijk oorzaak is van haakmijdend gedrag. Wij denken in ieder geval dat ervaringen mogelijk intenser worden en de vis in houding verandert, maar verbanden leggen blijft moeilijk. Dus wat wij ervan kunnen leren is dat als je iets in die "herkennings-keten" verandert alle opties weer open liggen! Misschien dat daarom het nuttig kan zijn om anders te vissen dan anderen. Hoe klein het verschil ook mag zijn, voor de "gevoelige karper" ontstaat dan mogelijk weer een volledig nieuwe situatie.
  • Dressuur kan voortkomen door groepsgedrag. Angstige vissen beïnvloeden andere vissen. Volgen instinctief het gedrag van anderen. Hierdoor kan het dus zijn dat aas eerder worden uitspuugt (of gemeden) wanneer ze niet goed aanvoelen. Haken mijden en dergelijke is dan ook eerder instinct (omdat hij gevaar of "anders" mijdend is geworden) dan aangeleerd gedrag. In dit geval is vooral de wijze waarop je het aas aanbiedt, dus je bijvoorbeeld de camouflage van belang... wees in alle facetten van je visserij zo min mogelijk "aanwezig"! 
  • Dressuur kan ook voortkomen uit het soort water zelf waar je vist. Elk water heeft nu eenmaal een gebruiksaanwijzing. Op sommige wateren vang je gewoon niets met een bepaald type aas. Waarom dit zo is weten we niet, maar dat het zo is staat als een paal boven water. Het is niet anders! Je zal er dan achter moeten komen wat wel werkt. Dit via deductie, kennis van andere vissers of ouderwets via "trial and error".