Seizoenen

Drie thema's: 

Wanneer we naar de seizoenen kijken en wat daarbij het effect is op ons aas, richten wij ons in eerste instantie op een analyse van het water. We praten dan over drie thema's die van betekenis zijn:

  • De temperatuur
  • De hoeveelheid zuurstof
  • Het aanwezig natuurlijk voedsel

Temperatuur en zuurstof hebben een direct effect op het aasgedrag van de karper. Bij te lage of te hoge temperaturen neemt de aas-activiteit van de karper af, zo ook indien er te weinig zuurstof is. Het aanwezig natuurlijk voedsel heeft ons inziens vooral invloed op de preoccupatie van de vis, minder op zijn ambitie om te eten. Bij schaarste is hij bijvoorbeeld minder kritisch dan bij overschot en dus eerder bereidt concessies te doen. Wanneer je nadenkt over de seizoenen zie je dat er in elk seizoen sprake is van andere verhoudingen tussen deze drie thema's. 

(Opm. 1... Tussen koud en warm water zit nog een andere, interessante relatie. Koud water bevat doorgaans meer zuurstof dan warm water. Dit heeft met de oplosbaarheid van zuurstof in water te maken. Hoe kouder het water hoe beter de zuurstof oplost. Ondiep en warm water kan dus eerder zonder zuurstof komen te zitten dan de diepere, koudere delen. Wij leren dat warmer water meer vis trekt, maar dit moet je dus wel nuanceren in het licht van het zuurstofgehalte ...)
(Opm. 2... Ook is het goed om in het hoofd te houden dat koud water een hogere dichtheid kent en dus zwaarder is dan warm water. Koud water ligt dus onder en warm water boven. Dit geldt tot een temperatuur van 4 graden Celcius. Wordt het water dan nog kouder (tot aan de ijsvorming) dan werkt het juist andersom ...)
(Opm. 3... Natuurlijk spelen er meer factoren een rol die het aasgedrag bepalen, zoals de vorm van het water, de afmetingen, het bodemverloop, de begroeiing, enzovoort, maar toch zetten wij de eerder genoemde thema's hiërarchisch bovenaan. Zij geven bij aanvang of tijdens de voorbereiding van je sessie in grote lijnen al een goed beeld van de situatie ...)

Kern- en overgangsseizoenen: 

Naast deze drie thema's houden wij ook nog een ander (algemeen) aandachtspunt op de voorgrond. Zowel de zomer & winter als de herfst & lente lijken typologisch elkaars "gelijken". Al verschillen de omstandigheden natuurlijk, vanuit een bepaald perspectief hebben ze vergelijkbare eigenschappen. Wij noemen de zomer & winter zogenaamde kernseizoenen en de herfst & lente de overgangsseizoenen. Met kernseizoenen bedoelen wij die jaargetijden waarin er (gemiddeld!) een meer stabiel temperatuurpatroon de periode kenmerkt. Bij de overgangsseizoenen is juist sprake van een af- of toename van temperatuur. Al verschillen de seizoenen wezenlijk van elkaar, er bestaan dus ook overeenkomsten. Lees de paragrafen Zomer, Herfst, Winter en Lente hieronder en trek je eigen conclusies!

Zomer: 

Doorgaans wordt aangenomen dat de meest optimale watertemperatuur voor de karper rond de 20/22 graden beweegt. Dit is geen echte vaste waarde. Zeker omdat de karper sterke vissen zijn die zich relatief goed kunnen aanpassen aan hun omgeving. Met andere woorden, ook kunnen leren eten in minder optimale situaties. Maar de praktijk toont ons wel dat rond deze temperatuur de karper het goed doet. Zo ook dat deze eetlust serieus afneemt naarmate de temperaturen sterk hoger of lager dan deze waarde komen. Zo kan dus net als in de winter de karper in de zomer "luier" worden. Het feit dat warm water minder zuurstof draagt dan koud water geeft daarbij nog een extra impuls en de aanwezigheid van veel natuurlijk voedsel versterkt het "onverschillig" gedrag. Mits aanwezig natuurlijk, want niet elk water kent een gezonde verhouding tussen vis en voedsel. Maar goed, toch drie redenen om het vangen van vis in de zomer moeilijker te maken.

Het is óók de periode dat de onderwaterwereld volgroeid raakt. Meren raken soms overbevolkt door velden van wier en lelies. Prachtig mooie schuilplaatsen voor onze vriend met veel natuurlijk voedsel. Lastig om in te vissen vaak. Aan de andere kant juist handig ten behoeve van de lokalisatie en oriëntatie (zie ook "Bodem"). 

Daarnaast willen wij wijzen op een belangrijk fenomeen in deze periode: de zomerstagnatie. Het gevolg van zogenaamde "thermische stratificatie". Door de hoge temperaturen ontstaat een te groot verschil in temperatuur in de onder- en bovenlaag van het water. Hierdoor vormt zich op de overgang een barrière (soort tussenlaag). Deze is soms visueel zichtbaar omdat er voer- en vuildeeltjes in kunnen blijven hangen. Een daadwerkelijk, fysieke barrière die geen uitwisseling van zuurstof of warmte toelaat tussen de boven- en onderlaag. In deze spronglaag daalt de toenemende temperatuur van de bovenlaag naar die van de stabiele, zware, koude onderlaag (= 4 graden!). Handig om te weten, want in de meeste situaties is het onverstandig om daar je rig te plaatsen. Het verschil in kwaliteit tussen de onder- en bovenlaag kan zo aanzienlijk zijn. 

Zo'n spronglaag vormt zich logischerwijs bij de wat diepere putten (zogenaamde "stagnante wateren" >> 4-5 meter diepte) waar het water stilstaat. Water dat lekker stroomt of minder diep is of oevers kent die zeer geleidelijk aflopen heeft minder gauw last van dit fenomeen.

De spronglaag is vrij "stug". Zelfs de wind lukt het vaak niet om te mengen. Deze kan wel voor golfslag zorgen en daarmee zuurstof toevoegen aan de warme bovenlaag. Dit afhankelijk van het soort water en de mate waarop de wind er vat op heeft. Ook kan de wind aan de loefzijde van het water (waar de wind op blaast) de spronglaag drukken zodat op een groter gebied (nu óók de diepere delen) een zowel warme als zuurstofrijke omgeving ontstaat. De rede waarom in de zomer bij een goede zuid-wester de noord-oost oevers zo goed kunnen lopen! 

Het voorgaande klinkt allemaal wat zorgwekkend, maar realiseer je wel tegelijkertijd dat de vis in de zomer gewoon lekker wil eten! Al lopen de vangsten terug, dat komt niet altijd omdat hij geen honger heeft. De karper is in de zomer prima in staat om flink te bunkeren. Sterker nog, wij denken dat de karper meer nog dan in de herfst zelfs zijn reserves bouwt. Het is alleen minder makkelijk om dit om te zetten in vangsten. Te veel warmte, te weinig zuurstof en te veel voedsel maakt hem lui...! Gretig maken en houden dus...!

Samengevat komen wij op de volgende aandachtspunten voor de zomer:

  • De watertemperatuur: Als het te warm is kan het zo zijn dat juist wat koeler en meer zuurstofrijk water favoriet is. Schaduwplekken (overhangende bomen ed.) zijn daarom interessante plekken in de warmere periode.
  • De wind: De wind kan het water extra zuurstof geven. Zuurstof mengen met de warmere bovenlaag. Lekker warm water met veel zuurstof levert buitengewoon prima combinaties. Mits de temperatuur niet al te hoog ligt natuurlijk. Hier kan het met name misgaan in de ondiepere delen met stilstaand water. De rede ook waarom tijdens hele warme dagen de kanalen en rivieren beter lopen dan de afgesloten putten met stilstaand water. De wind kan ook deze betere waterlaag een specifieke kant op drukken. Zoek dus eens die plekken waar je verwacht dat een optimale combinatie van temperatuur en zuurstof zich voordoet.
  • De spronglaag: Deze gelaagdheid in temperatuur is afhankelijk van de diepte en vorm van het meer en de mate waarop de wind er vat op heeft. Voorkom dat je je aas "ongemerkt" in ijskoud water presenteert. 
  • De vegetatie: De zomer is de tijd van veel wier, waterplanten en dus ook (veel) natuurlijk voedsel. Dit maakt de karper "lui" en "kritisch". Hij heeft onze boilies nu niet echt nodig. Tenminste, als er een goede verhouding bestaat tussen het bestand en het aanwezig natuurlijk voedsel. Wees hier bewust van. Veel vegetatie maakt tevens de wijze van presenteren lastig. Besteedt dus iets meer tijd en aandacht aan een goede plek en presentatie. Voor je het weet ben je voor noppes aan het kamperen!
  • Houdt ze gretig: Al lopen in de zomer gemiddelde de vangsten wat terug, besef dat dat niet altijd komt omdat hij geen honger heeft (zie ook onderstaande tips).
(Tip 1... Zoek het contrast... biedt iets van een alternatief! Gezien het feit dat de vis in deze periode (doorgaans) veel natuurlijk voedsel om zich heen heeft is een goede balans (voedingswaarde) reeds voorzien. Maak het aantrekkelijk voor onze vriend. Geef je aas een lekker, eenduidig en herkenbaar karakter tussen alles wat er al zweeft en zwemt. Ga bijvoorbeeld voor een verse schrale boilie (mais- en tarweproducten) met een flinke uitstoot van zetmeel en suikers. Deze is attractief, geeft makkelijke energie voor de actieve vis en kan als plantaardig alternatief een mooie aanvulling zijn op het voornamelijk dierlijk, natuurlijk voedsel ...)
(Tip 2... Als je toch wilt concurreren met dit natuurlijk voedsel of erop wilt aansluiten, dan is dat ook best. Verwerk dan grondstoffen in je boilie met een hoge(re) voedingswaarde en vetten. Maak het geheel meer in balans (zie ook "Kwaliteit"). Te denken valt aan goede vismelen, sojaproducten, een vette zadenmix (Sluis CeDe) of noten (tijgernotenmeel of pindameel). Geef het geheel wel iets extra's mee. Je mag dan best uitpakken. Gebruik hiervoor een goede additief (smaakversterker of trigger) die een sterk, eenduidig signaal afgeeft of de eetlust stimuleert (Robin Red, Ve-tsin). Voer ook eens heel compact zodat jouw spot opvalt door een sterk en geconcentreerd voedselsignaal ...) 
(Tip 3... Maak gebruik van partikels... als middel om je stek aan te jagen (Hennep, mais, maples, tijgernoten, pinda's, zaden, enz.). Zeker bij hogere temperaturen helpt het soms goed om die "luie vis" te activeren. Gebruik daarbij klein aas (ook kleine boilies dus (< 15 mm.)) zodat de vissen tussen de vegetatie je stek schoon kunnen wroeten. Verwerk enkele van deze partikels als grondstof ook in je boilie, dan sluiten ze goed aan op je grondvoer of gebruik je mix van je boilierecept als grondvoer. Vermeng daarbij hele, halve en gecrashte boilies of verschillende diameters. Goor er een lekkere, bijpassende soak over en gaan met die hap! ...)
(Tip 4... Durf te experimenteren... daar is de zomer bij uitstek geschikt voor. Speel in op de nieuwsgierigheid naar iets "nieuws" om de monotonie van zijn overtollig dieet te doorbreken. Het is aannemelijk dat de karper van nature altijd op zoek is om zijn voedselbronnen uit te breiden. Immers, hoe meer en gemakkelijker hij voedsel kan vinden deste beter hij de volgende winter door komt. Het overstemt soms die behoefte om alleen dat op te pakken waaraan hij gewent is geraakt en weet dat het voldoet om goed te overleven. Trek de aandacht tussen al die concurrentie door bijvoorbeeld geluidseffect in je boilies te verwerken (zaden-mengsels ed.), maak combinaties met bewegend voedsel op je haakaas (maden, (tijger)wormen), gebruik fel gekleurd (kunst)aas om de nieuwsgierigheid van de vis te wekken, enzovoort. Voor veel meer middelen om mee te "tweaken" zie ook "Attractiviteit" ...)

Herfst: 

Met name zo rond de oktobermaand kunnen de vangsten opeens behoorlijk omhoog lopen. Geen wet wederom, maar een breed gedragen mening in diverse publicaties. De uitleg is vaak dat de karper, instinctief bewust van het feit dat de winter er aankomt, reserves begint op te bouwen. Wij denken dat dit zo is, maar dat ook hier een nuancering op z'n plaats is. Ons inziens is de karper ook in de zomermaanden bereidt om veel te eten, echter in het najaar slinkt de voorraad natuurlijk voedsel en is onze vriend meer op ons aas aangewezen. Mogelijk wordt er dan ook meer van gegeten en dus gevangen. Hoe dan ook, de karper is in de herfstperiode van nature (zeer) actief en dus kan je hier als visser op inspelen. Maar houdt de (water)temperatuur in de gaten. Naarmate deze de 10 graden nadert neemt het vermogen van de karper om aas op te nemen en te verteren steeds meer af. Onder de 10 graden Celcius spreken de meeste vissers al van winterse omstandigheden. Veel en voedingsrijk aas raakt overbodig, soms zelfs ongewenst (zie hiervoor verder onze "Winter-paragraaf").

Een bijzonderheid tijdens de herfst is dat de temperaturen van de waterlagen weer dichter bij elkaar komen. Daarmee dus ook de dichtheden ervan. De "spronglaag" verdwijnt hierdoor en de wind kan het water weer gemakkelijk mengen. Dit is de rede ook waarom in deze periode vaak op meerdere niveaus vis gevangen wordt. Dit fenomeen noemt men de "herfst-circulatie". Het water kenmerkt zich soms door een toename aan algengroei omdat deze organismen weer door de spronglaag heen kunnen. Interessant is dat bij een hele snelle afkoeling er sprake kan zijn van een volledig omkeren van de lagen (de zogenaamde "najaars-kering"). Het koude water uit de onderlaag komt opeens boven drijven. Het zet daarmee de situatie van het water letterlijk flink op z'n kop hetgeen doorgaans geen goede visvangst oplevert. In extreme gevallen kan het zelfs vissterfte veroorzaken.

Samengevat komen wij op de volgende aandachtspunten voor de herfst:

  • De watertemperatuur: Houdt deze in de gaten. Met name in relatie tot de hoeveelheid aas dat je de vissen voert. We komen net uit een periode van overvloed en veel energie, maar realiseer je dat dit samen met de temperatuur snel kan dalen. Bouw het geleidelijk af en houdt het voeren beperkt wanneer de temperatuur onder de 10 graden daalt.
  • Diepere lagen: Zoek verschillende lagen in het water. Ook eens de diepere delen dus. Door de "herfst-circulatie" is het heel goed mogelijk dat het water goed mengt en dus ook daar het water interessant is voor de karper.
  • Voer voor de actieve vis: De vis is gretig. Hij voelt de winter naderen. Geef hem wat hij nodig heeft, hij kan wel wat extra's gebruiken. Een echte herfstbol mag ons inziens best rijk en voedzaam zijn!
  • Wees adaptief: Door de veranderingen in temperatuur kunnen de omstandigheden ook snel wijzigen. Pas je aan. Verander mee.
(Tip 1... Kies lekkere, eiwitrijke, lichaamseigen ingrediënten vanuit de wetenschap dat de vis wel wat hulp kan gebruiken. Bijvoorbeeld een hoogwaardige vismeel (LT-vismeel, Predigested vismeel, enzovoort / tot wel 30%) of andere meer complete voedselcomponenten (Trouvit, Karpershit, Krillmeel, enz.). Combineer ze eventueel met extracten of oliën om de smaak te versterken of goede additieven/specerijen (Robin Red, G.L.M., Kelp, Ve-tsin, knoflook, Amino-mixen, enz.) om de eetlust, spijsvertering en gezondheid in algemene zin te verbeteren ...)
(Tip 2... Anticipeer op de veranderende temperatuur. Je kunt bijvoorbeeld je mix hetzelfde houden, alleen enkele eiwit- of vetrijke producten gaandeweg (deels) vervangen door grondstoffen met minder voedingswaarde en meer vezels (tarwekiemen, zemelen) of kruiden die de spijsvertering prikkelen ...)
(Tip 3... Ga voor voedselnijd... het is er de tijd voor. Laat ze lekker zoeken en schransen. Vis dus niet te grof. Stimuleer een actieve vorm van foerageren. Gebruik klein en liefst niet te hard aas ...)

Winter: 

Dit is de periode waarin de karper aantoonbaar minder actief wordt en start wat ons betreft pas als de watertemperatuur echt onder de 10 graden Celsius blijft. Door de koude temperatuur van het water kan de karper als koudbloedig wezen gewoon minder snel voedsel verteren. Zijn spijsverteringssysteem houdt er niet helemaal mee op, maar voorbij de 7-5 graden Celcius wordt het toch echt wel heel magertjes. Let wel: dit wil dus nog steeds niet zeggen dat de karper niets wil of kan eten. Met name de grote jongens eten gewoon het hele jaar door, alleen ligt het tempo een flink stuk lager en zijn ze minder actief. Letterlijk minder energiek! Dikke blanken, maar ook goede sessies komen voorbij. Vaak tijdens korte aasperioden (aastijden zijn beperkt) en vrij specifiek in tijd. Als het lekker wintert (constant koud weer is) kan je er soms je horloge op gelijk zetten. Hoe dan ook, in de winter zullen we de vis echt meer dan normaal moeten vinden en verleiden.

Sterker nog, het vinden van hun "holding area" is in veel gevallen in de winter belangrijker dan het type aas dat wij hem voorschotelen. Ze liggen daarbij soms opgestapeld op aangename en veilige delen van het water of zweven ergens halverwege. Sommige vissers gaan zelfs zover dat ze stellen dat je ze alleen kunt vangen als je ze vindt! Met andere woorden, als je je boilies in een echt koude periode niet op de juist plek aanbiedt kan het voorkomen dat je nooit en te nimmer een vis zult vangen. Wij onderschrijven deze laatste gedachte niet helemaal, maar het vangen in de winter is zeker niet de makkelijkste opgave.

Zo zorgt bijvoorbeeld deze passiviteit ervoor dat er weinig tot geen fysieke signalen zijn (springende of draaiende karpers) die de aanwezigheid van onze vrienden verraden. Activiteiten zien betekent dan ook vaak direct verkassen of verplaatsen van je aas. Soms helpen de verschillende watervogels je wat of een goede kennis van het water (bodemverloop, obstakels, natuurlijke schuilplaatsen), verhalen van collega's of actieve roofvissen. Bedenk dan dat waar de voorn en brasem zit vaak ook de karper het prettig vindt. Doe onderzoek! Je weet dat de vis passief is en zoekt naar zijn "fijnste plekje".

Deze "fijnste plek" heeft nu vooral een relatie met de temperatuur en de behoefte aan veiligheid. Zuurstof of het natuurlijk voedsel spelen als thema's een mindere rol. De eerste is voorzien in koud water (tenzij het bevroren is natuurlijk!) en die tweede niet echt aanwezig. Dus blijf weg van de striemende wind, zoek luwe plekken en weet dat met name op de echt wat diepere putten de vissen soms gewoon halverwege "hangen", daar waar het licht is en zij de vijand nog kunnen zien. Zoek overhangende bomen op niet al te diep water, het liefst met wat vriendelijke obstakels en aan de noord-oostzijde van het water. Of kijk gewoon in het riet, als het daar nog niet bevroren is. Dergelijke spots schreeuwen comfort en veiligheid!

Net als bij de zomer en herfst is er ook in de winter sprake van thermische stratificatie. De bovenlaag staat onder invloed van koude lucht en het water passeert de 4 graden grens. Dit totdat er ijs ontstaat. Als er ijs op het water verschijnt dan kan de wind geen enkele invloed meer uitoefenen, met als resultaat een stabiele, permanente gelaagdheid die we als volgt kunnen omschrijven: (van toepassing bij dieper water (>> 4-5 meter))

  • Toplaag = wisselvallig in temperatuur omdat het directe zonlicht en de wind er invloed op heeft... behalve als het bevroren is natuurlijk, dan is deze laag stabiel
  • Middenlaag = "spronglaag" = soms net wat warmer als het net gesneeuwd heeft of net wat kouder als de middagzon een paar uur heeft staan branden
  • Bodemlaag = stabiel en lekker koud in de winter (4 graden Celsius)

We noemen dit "winter-stagnatie". Wat als principe voor de zomer geldt (ontstaan van gelaagdheid in het water), geldt ook voor de winter. Alleen zijn de parameters anders. Ook het effect op de vis. Immers in tegenstelling tot de zomer zal de vis zich in de winter waarschijnlijk door alle lagen heen bewegen. Afhankelijk van de situatie. Standaard bivakkeert de karper zo rond de middenlaag. Wanneer het echter flink gehageld en gesneeuwd heeft en er blaast een koude wind die langzaam het water laat bevriezen, dan kan zelfs een diepere, koude onderlaag aantrekkelijk zijn voor de karper omdat deze meer stabiel is en veilig. Zo kunnen ondiepe bevroren delen van het water zeer zuurstofarm raken, hetgeen niet best is voor de karper. Andersom komt het ook regelmatig voor dat tijdens een paar zonnige dagen de karper zich juist op ondiep water vertoond. Afhankelijk van de situatie kan de vis dus wisselen van plek.

Let wel: Het bovenstaande geeft houvast en aanknopingspunten ten aanzien van het denken over de plek waar we de karper kunnen aantreffen, maar het betreft wel een zuiver theoretisch model. Ieder water heeft een eigen profiel en structuur. Uitkomsten kunnen daarbij soms anders zijn. Ook vanwege het verloop en karakter van het desbetreffende winterseizoen. 

Samengevat komen wij op de volgende aandachtspunten voor de winter:

  • Passieve vissen: Denk eraan, de vis is passief. Wil je ze vangen, dan zul je ze moeten vinden. 
  • Trek de aandacht: Net als in de zomer zul je de karper wat moeten helpen om uit z'n spreekwoordelijke luie stoel te komen. Dus heb je hem gevonden, dan zul je hem alsnog moeten overtuigen.
  • Een weetje: in de winter neemt de helderheid van het water veelal toe, dus doe er je voordeel mee door kleurgebruik bijvoorbeeld.  
  • Help de spijsvertering: De vis is minder actief omdat zijn lichaam minder snel werkt. Zo simpel is het. Met name de spijsverteringsprocessen verminderen drastisch, waardoor hij gewoon fysiek niet in staat is om veel of snel of zwaar (voedzaam) te eten. Houdt het licht verteerbaar dus! Ga in elk geval niet storten met je voer, dit is volkomen zinloos. Misschien op stromend water iets minder ingrijpend als op stilstaand water, maar het is beneden temperaturen van 5-7 graden gewoon niet werkzaam.  
  • De aasperioden zijn kort, wees er klaar voor. Zorg dat je optimaal scherp en bereikbaar ligt!
(Tip 1... Prikkelen die hap... zorg dat je opgemerkt wordt. Probeer in te spelen op die "oppakreflex. Door aantrekkelijk aas te bieden (herkenbaar, goed verteerbaar, lekker van smaak en weinig voedingswaarde), flink te wasemen (water oplosbare grondstoffen), e.e.a. visueel te maken (kleur, vorm, kunstaas, ...), te laten bewegen (maden, (tijger)wormen, ...), geluid te ensceneren (zaden ed. ..."crunch-effect"), enzovoort. Onder het hoofdstuk "Attractiviteithebben we diverse middelen voor je samengevat die door "de markt" gebruikt worden om dit te doen.
(Tip 2... Eten doet eten... dus bouw je aas op vanuit een zo breed mogelijk spectrum. Het maakt in aanvang eigenlijk niet uit wie er op je spot eet, als het maar vis is en er gegeten wordt! Zorg dat ze in beweging komen. Plaats je haakaas eens midden in een bal met krachtig geflavourd grondvoer (geurspoor), met wat blikmais (zichtwerk), maden (beweging), hennep & tijgernoten (geluid) en gecrushte boilies (smaakherkenning)! ...) 
(Tip 3... Zoek ze op... wacht niet tot ze eindelijk bij jou komen. Je kunt hierdoor letterlijk van een "koude kermis" thuiskomen. Maak kleine voerplekjes, geen grote velden met boilies. Gewoon wat kruim in een PVA kousje, lokaal en aantrekkelijk, gevist met een kleine maat boilie (max. 15 mm.), showman of alleen een pop-up. Ga zo alle plekken af waarvan je het vermoeden hebt dat er vist huist. Kijk waar je beet krijgt of anderszins leven ervaart. Hierbij is hoge attractie wenselijk en maakt voedingswaarde eigenlijk niet veel uit. Het mag dus ook een berg vismeel zijn, zolang je maar kleine hoeveelheden gebruikt. Of werk eens met zacht aas of een deegbal (oplosbaar en lekker gesoaked!) om je boilie heen gekneed. Het kan lokaal een bijzonder krachtige impuls geven aan de karper om toch toe te happen. Of probeer ouderwets een "single hook" ...) 
(Tip 4... Speel in op de spijsvertering... zorg voor een goede verteerbaarheid of misschien ook deels onverteerbaarheid (zie verderop). De karper kan het waarderen. Met name als je op een wat langere termijn succes wilt hebben en houden. Gebruik zaden, tarwe, zemelen, enzovoort. Ze zorgen voor een goede, snelle doorloop. Ook kruiden prikkelen en stimuleren. Werk zo aan vezel- en vitaminerijke boilies. Sluit de boilie niet af, maar laat hem goed wasemen (gebruik wateroplosbare grondstoffen) in combinatie met een goede smaak. We hoeven de vissen niet te voeren, want we hebben al voldoende aan een enkele aanbeet. Desnoods alleen uit nieuwsgierigheid. Dus beperk het eiwitgehalte en de vetten, gebruik liever voorverteerd voedsel, vezelrijke ingrediënten en iets van eetlustopwekkers. Anderszins kan je ook denken aan het toepassen van grondstoffen die juist minder goed door het lichaam worden opgenomen. Onaangeroerd weer worden uitgepoept. Zoals diezelfde tarwebloem en -zemelen. Dit schroeft de opnamesnelheid naar beneden en tegelijkertijd de spijsvertering omhoog. Gebruik in dit geval dus eerder gewone melen dan getoaste of gewone vismelen dan voorverteerde. Omdat deze minder goed worden opgenomen zullen ze ook minder snel verzadigen. Zoek daarbij wel een balans, want onverteerbaarheid kan nuttig zijn, maar niet alles moet er zomaar doorheen vliegen. De vis kan in de winter best wat gezonde voeding gebruiken, al is het maar weinig. Misschien daarom ook in deze periode wat vaker vloeibare producten toepassen. Deze drukken minder zwaar op de darm (karpers hebben geen maag). Gebruik daarbij wel liquids die niet in het koude water stollen. Veel oliën zijn dus niet handig ...)
(Tip 5... Als laatste zouden we willen aangeven dat het in de winter misschien handig is om onderscheidt te maken tussen voerboilies of instant aas. Als je instant vist en weinig bijvoert dan hoef je minder rekening te houden met de voedingswaarden, terwijl bij voorvoeren dat wel verstandig is. Wederom: voorkom verzadiging ...)

Lente: 

In de lente komt het water weer tot leven. Dit kan soms in korte tijd heel snel gaan. Plots leven er weer tal van waterdiertjes in en op het water en kruipt de karper uit zijn schulp. Let wel, de vis heeft dan nog wel een tijdje nodig om weer helemaal op gang te komen. Zijn spijsvertering ook! Houdt er rekening mee dat de vis een lange periode in water van minder dan 10 graden geleefd heeft. Dus ga nou niet direct storten, doseer bewust, hij is nog maar net uit zijn slaapmodus! Daarbij is de karper van origine een exoot en komt dus ook pas laat op gang. Later dan sommige soortgenoten (witvis). 

Het ijs (voor zover aanwezig) is verdwenen en de wind krijgt weer grip op het water. De opgewarmde bovenlaag mengt zich met de stabiele onderlaag. Deze menging heet "lente-circulatie". Het ondiepe water met voldoende zuurstof is nu een prima plek als de zon schijnt, maar door de menging foerageren karpers net zo makkelijk dieper. Dit afhankelijk van het soort water (afmetingen, vorm, begroeiing, enz.), de zon en de grip die de wind heeft op het (gehele) water. Waait het hard en is de wind warm, dan kunnen de diepere delen van het water goed werken. Is de wind koud, dan verkiest de karper eerder de windluwe plekken en de zon. Is het windstil en mild, zoek dan ondiepe taluds in de zon! 

De karper is in deze periode grillig, maar dat is niets anders dan het gevolg van de veranderende omstandigheden (net als in de herfst). Dus is het zaak de juiste locatie en momenten te vinden waarop geaast wordt. Grotere vissen eten mogelijk al eerder. Wij denken daarbij dat de toename van natuurlijk voedsel hem instinctief de voorkeur geeft voor dit soort voedsel. De vis heeft in ieder geval energie nodig als het water boven de 10 graden uitkomt. Een preoccupatie dus (vanuit de evolutie) op natuurlijke prooidiertjes, maar wat snelle suikers kunnen geen kwaad... verkeerd doseren wel.

Zo is hij ook, wanneer het water rond de 18 graden bungelt, gefascineerd door de paai. Zowel ervoor als erna kan het leiden tot flink consumeren. Met name na de paai is de karper hongerig. Hebben ze behoefte aan zwaarder voedsel, meer energie en voedselwaarde. Zie het als opmaat voor de zomer en net zoals de herfst aansluit op de zomer. Gewoon simpelweg vismelen toepassen kan dan aantrekkelijk zijn. Op de route vissen die naar een paaigebied leidt kan zeker z'n vruchten afwerpen. Timing is daarbij alles. Rondom de paai kan de vis gevangen worden, tijdens de paai ook, maar lastiger. Dit staat nog los van het meer ethisch vraagstuk of het verantwoord is om de vis tijdens de paai te belagen. Wij vinden eigenlijk van niet...! 

Samengevat komen wij op de volgende aandachtspunten voor de lente:

  • Wind en zon: Beide zijn sterk van invloed op het (gehele!) water waardoor deze uit de stabiele modus komt, net als in de herfst. Verandering in het klimaat onder water heeft daarbij een direct effect op de vis. De vis is daarbij door de lente-circulatie en afhankelijk van de weersomstandigheden aan te treffen op verschillende dieptes. 
  • Ondiep water: Ondiep water komt mogelijk eerder op gang dan diep water. De zon heeft daar beter vat op en de karper houdt wel van een zonnenbankje zo aan het begin van het jaar. 
  • De watertemperatuur: Wanneer de watertemperatuur de 10 graden passeert krijgt de karper langzamerhand meer de behoefte om te eten. Zo rond de 18 graden verlangt de karper zowel voor als na de paai naar wat extra brandstof. Houdt het in de gaten... timing is alles!
  • Niet te veel of te snel voeren: De vis komt net uit zijn winterslaap. Geef hem wat tijd. En al zijn onze winters niet echt streng, ze hebben altijd effect op de spijsverteringsorganen. Houdt je boilie goed verteerbaar. Misschien wat extra "snelle suikers" toevoegen.
  • Scherp vissen: Bij aanvang bewegen de vissen nog weinig actief en hoewel ze wel al eten is de reflex nog wat flegmatisch... blijf nog een tijdje kort & scherp vissen dus.
  • Instinctieve preoccupatie: Vanuit de evolutie is de vis gewent uit de wintermodus "wakker te worden" met natuurlijk voedsel om zich heen. Ons inziens stimuleert dit de preoccupatie van de karper. 
(Tip 1... Niet te veel voeren... hou die grote voervelden nog maar even in de tas. Aanvullend hierop is het verstandig om ook nu de spijsvertering niet te vergeten. Gebruik minder vet (vismeel, sojaproducten) en meer koolhydraten en vezels (Kelp, Tarwekiemen, -zemelen, beetje Vitamealo, enzovoort ... zie ook tip 4 bij "Winter"). Geef hem tevens wat makkelijke, bruikbare, snelle suikers. Energie kan de karper goed gebruiken. Zowel voor als na de paai. Werken met meer voedingsrijke ingrediënten na de paai-periode (vismelen ed.) is in principe geen gekke gedachte ...)
(Tip 2... De aanwezigheid van een toenemende hoeveelheid natuurlijk voedsel doet de karper mogelijk instinctief een voorkeur hebben voor waterdiertjes. Een boilie met een karakter dat daarop aansluit kan zeker geen kwaad. Gebruik eens wat watervlooien, kreeftjes of zijderupsen in je mix. Aangevuld met een goede trigger zoals iets van Betaine HCL, G.L.M., Aminopoeder, Citroenzuur, Scopex of simpel een goede sweetner. Houdt je boilies klein (max. 15 mm.) en het liefst niet te hard ...)


(Tip 3... Val op... misschien minder expliciet als in de winter, maar door de nasleep uit deze periode kan het toch nodig zijn de vis te overtuigen. Houdt het voedselsignaal daarbij vooral helder en eenduidig. Laat de boilie goed wasemen (wateroplosbare grondstoffen). Een fijn zadenmengsel (maan-, neger- of koolzaad) kan een waardevolle toevoeging zijn op je mix. Wanneer de karper op gang raakt zul je merken dat dat steeds minder nodig is en dat de smaak en voedingswaarde meer bepalend wordt ...)
(Tip 4... In de praktijk horen we nogal eens dat rondom deze periode vaker de wat kleinere exemplaren gevangen worden. Blijkbaar hebben de zwangere vrouwen minder trek?! Meer waarschijnlijk is dat dit te maken heeft met een vorm van onrust die op de stek ontstaat waardoor met name de grotere exemplaren wat voorzichtig(er) azen en/of afstand houden tot onze voerplek (zie ook "Doelstelling"). Mocht je met name de zware dames als doelstelling hebben, richt dan eens je boilies op niet "de bulk", met maximale attractie (zware geursporen, forse wasemkracht, hoge voedingswaarde), maar neem een basis van maismeel, polenta, tarwebloem, birdfood en een mooie zoetstof. Alles wat snelle energie levert, niet al te veel wasemt en vooral gewoon lekker smaakt ...) 
(Tip 5.. Wees adaptief, net als in de herfst! Anticipeer op de veranderende omstandigheden ;-) ...)