Verblijfsduur

Kort:  

Alles minder dan 3 dagen (zonder voorvoeren) beschouwen wij als korte(re) sessie. Ongeacht de situatie betekent dit dat we bij voorkeur aas gebruiken dat een snelle respons geeft. De smaak is niet onbelangrijk (eigenlijk nooit!), zo ook de voedingswaarde, maar het gaat met name om een snelle opname. De trigger kan daarbij gezocht worden in een goede "vindbaarheid"; hoge wasemkracht (wateroplosbare ingredienten), sterke geur (flavour), opvallende kleur (denk aan diepte en waterkwaliteit), heldere toonzetting (niet te complexe smaak maken!), iets dat beweegt (worm of maden), enzovoort... Op het risico af dat de karper het aas op termijn links laat liggen speelt deze eerste aantrekkingskracht voor korte sessies een belangrijke rol. Er moet snel gevangen worden en dus is aantrekkingskracht belangrijk. Schrale boilies met een heerlijke flavour en heldere kleur kunnen het dan wel eens beter doen dan uitgebalanceerd aas. Maak "de krenten uit de pap"... niet de pap zelf!

Lang: 

Alles langer dan 3 dagen (zonder voorvoeren) beschouwen wij als lange(re) sessie. Binnen een paar dagen is het in sommige situaties mogelijk de vis aan jouw aas te laten wennen. Natuurlijk is dit geen harde grens, maar indicatie. Gewenning vraagt van de vis een echte acceptatie van jouw aas. Het moet gezond, lekker en voedzaam zijn. Daarbij passend in zijn dieet als gevolg van de context waarin hij leeft. Terwijl bij instant vissen we vooral gefocust zijn op het verkrijgen van een aanbeet (dit mag ook door louter nieuwsgierigheid...) gaat hier het belang spelen van smaak en voedingswaarde. Je spreekt dan van een meer compleet voedingspakket, passend binnen de gegeven situatie. Hier gaan de verhoudingen in grondstoffen een rol spelen. Een goede, voedzame boilie doet het doorgaans beter op de lange termijn dan de attractieve schrale jongens. Langere termijn boilies zijn eerder smaakvol en volwaardig voedzaam.

Hoeveelheden:  

Er bestaan in de literatuur verschillende methoden om de hoeveelheid boilies te berekenen die een karper per dag zou kunnen verwerken. Een voorbeeld is om een bepaald percentage te nemen (max. 3 - 5%) van de te verwachte biomassa van de karpers die je stek bezoeken. Stel dat er 10 karpers zijn van een gemiddeld gewicht van 10 kilo, dan praten we over maximaal: (10 x 10)x 0,03 = 3 kilo voer. Gaan we hoog zitten, dan is het 5 kilo. Let wel, we praten hier dan over vissen wiens volledige maaltijd bestaat uit jouw boilies, dus geen ander (natuurlijk) voedsel eten en vit en vitaal zijn. Deze formule werkt dus niet in de winter. Ook wordt de uitkomst kritisch als er bijvoorbeeld veel natuurlijk voedsel voorhanden is, er bergen witvis of steur fourageert, je aas niet "in de smaak" valt of je buurman of voorganger de week voor jou heeft staan storten. Dit alles staat nog los van de primaire vraag of de vissen er ook daadwerkelijk zwemmen. Geen beet krijgen betekent niet altijd dat ze er niet eten. En begin je gelijk met storten of bouw je de hoeveelheid op al naar gelang de vangsten...?!

De vraag omtrent de hoeveelheid boilies die je op je stek kunt bijvoeren is er dus een met veel variabelen. Iets waar je gaandeweg gevoel voor zult moeten ontwikkelen. Aandachtspunten die wij gevonden hebben zijn:

  • Continuiteit is vaak belangrijker dan het storten van (grote) hoeveelheden!
  • Bij een voedselarme omgeving kunnen (continue) grotere hoeveelheden beter werken dan bij een voedselrijke omgeving.
  • Heeft de karper honger, dan is hij bereidt een groter zoekgebied af te werken. 
  • Het is belangrijk om daadwerkelijk te weten dat de vis jouw stek bezoek of kan/zal bezoeken alvorens (veel) te voeren.
  • Je kunt je aas er nooit meer uithalen. Zeker in de winter werkt dit gevoelig. Je kunt je sessie helemaal naar de knoppen helpen als je te veel of te snel voert.
  • In onze optiek is in eerste instantie de smaak van je te voeren boilies het belangrijkst.
  • Voor de langere termijn gaat vervolgens ook de voedzaamheid (balans) een rol spelen. 
  • Karpers "ruiken" concentraties van voedsel binnen een totale wereld van aanbod. Maak daarom je voergebied niet te groot... zoeken kost energie.
  • Heb geduld, het kan soms enkele dagen duren voordat de karper je voerstek gevonden heeft en ook daadwerkelijk begint te eten.

Vanuit ervaring hanteren wij voor een gemiddelde sessie maximaal 0,5 - 1 kilo/hengel/dag. Gaat het los dan voeren we de hoeveelheid langszaam op. Krijgen we geen respons, dan proberen we nog een tijdje eenzelfde hoeveelheid alvorens een andere stek te zoeken. In de late herfst en het vroege voorjaar schroeven we de hoeveelheden naar beneden (+/- 250 gram/hengel/dag). Zeker in de winter gaat er maar een handje bollen bij, of vissen we alleen met een pva, gevuld met wat boiliekruim (zie voor meer informatie ook "Seizoenen").

Tal van (voor)voer-strategien passeren de revu wanneer je de bladen leest. Ook wij hebben daar ons een beeld van gevormd. Het is alleen nog niet voldoende uitgewerkt om hier te delen. In de toekomst zullen we deze informatie in het studiecentrum opnemen. 

 (Voor)voeren: 

Je stek voor een periode vooraf van voer voorzien is een krachtige methode om ervoor te zorgen dat je de vis op je stek aantreft wanneer je er gaat vissen. Een methode die tijd, energie en geld kost. Maar heb je het ervoor over, dan kan je brokken maken. Aan de andere kant levert deze aanpak niet per definitie succes. Niet zelden komen vissers na forse investering toch zonder succesverhalen thuis. Je begijpt, dit zijn de verhalen die meestal niet in de bladen komen.

Voor de hoeveelheden verwijzen we naar de voorgaande paragraaf. Ten aanzien van het (voor)voeren gelden ongeveer dezelfde overwegingen. Het verschil is wel dat de vis niet direct op je stek hoeft te zijn. Voorvoeren biedt immers tijd genoeg voor de vis om je stek te ontdekken ook ben je niet al aan het vissen, maar probeer je de vis te conditioneren voor de sessie die nog komen gaat. Dit conditioneren wordt in de markt vaak omschreven vanuit twee thema's:

  • Aasgewenning: Dit kan van toepassing zijn op met name die wateren waar niet al permanent met boilies wordt gevist of gevoerd. Al kan het zelfs op dergelijke boilie-wateren effect hebben, maar is het praktisch soms onmogelijk om je eigen zone te vrijwaren van invloeden van andere vissers en hun aas. Misschien een open deur, maar met name boilies met een goede voedingswaarde en goede smaak werken. Ze hoeven niet extreem op te vallen of te wasemen of zo, want de vissen krijgen de tijd om het aas te vinden en te eten. Ze hoeven niet instant te werken. Met name op maagdelijk water is aasgewenning dus een isue. Vissen herkennen daar je boilie soms in eerste instantie niet als voedsel.
  • StekgewenningDe boodschap die je wilt afgeven is dat het bij jou veilig is en dat er constant lekker eten ligt. Als je de vissen daarvan weet te overtuigen, dan heb je veel bereikt en kunnen karpers er met overtuiging eten. Soms duurt het even voordat ze in jouw gebied komen. Maak je voerzone tot die betrouwbare plek waar ze altijd wel wat lekkers kunnen vinden. Dit laatste, deze betrouwbaarheid en veiligheid, is vaak belangrijker dan het voeren van grote hoeveelheden.