Waterkwaliteit

Helderheid:  

Praktisch betekent helder water dat het zonlicht ook in de diepere lagen kan komen. Het beïnvloedt de zichtbaarheid van alles, dus ook je aas. Een kleur toevoegen aan je aas midden in de "erwtensoep" en op een paar meter diepte heeft niet zoveel effect. Maar bij helder wateren is dat andere koek. Kijk voor bijhorende thema's naar de hoofdstukken "Eigenschappen" en "Attractiviteit". Ook ziet de karper beter om zich heen en wat er boven hem gebeurt. Golfslag kan dit wat maskeren, het diffuus licht maakt ook het zicht van de karper minder, maar helder water staat synoniem voor voorzichtig en zachtjes handelen. Onder invloed van de seizoenen wil de helderheid nog weleens schommelen. Zo kan het water in de herfst troebeler zijn door vuildeeltjes of algen, terwijl door het ontbreken ervan het water in de winter juist wat helderder is. 

Natuurlijk voedsel:  

Als we praten over natuurlijk voedsel van de karper, dan hebben we het met name over dierlijke grondstoffen die zich in het water bevinden. Dit tot aan hun eigen nakomelingen toe. Jawel, vissen eten vissen, het is niet anders. Vismeel, of anders gezegd lichaamseigen eiwitten zijn het beste te verteren dus komaan... Maar waar hebben we het over als we over "natuurlijk voedsel" praten. We hebben het volgende voor je op een rijtje gezet:

  • Vissen: Karpers zijn alleseters en dus ook het jonggebroed van soortgenoten moet er soms aan geloven. 
  • Schaaldieren: Hier vallen ons inziens alle kreeftachtige diertjes onder. Met name de kleinere soorten/exemplaren worden door de karper gegeten. Bijvoorbeeld de Europese rivierkreeft, zoetwatergarnalen of watervlooien. Deze laatste zijn een soort hele kleine kreeftjes en overigens zeer nuttige diertjes. Ze eten algen en houden zodoende het water helder; kunnen "algenbloei" voorkomen (zie ook "Algen"). 
  • Schelp- en weekdieren: Ook waterslakken en naaktslakken staan op het menu van de karper. Net als de zoetwatermosselen waarvan er verschillende inheemse en exotische soorten voorkomen in ons water. De karpers lust er wel pap van! Ook de familie worm is hier present. Verschillende borstelwormen, waaronder de Tubifex. Ook wel bekent als de (beek)slingerwormen die in de modderige bodem leven en over de hele wereld voorkomen. 
  • Plantaardig: We weten allemaal dat onze goudvissen thuis je planten kunnen slopen. De karpers eet dus "groenvoer", wel of niet in de grond geworteld: wieren, waterlelies, kroos, enz. Maar het is niet de hoofdmoot van zijn dieet. Die bestaat toch grotendeels uit dierlijk voedsel.
  • Algen: Een verzamelnaam van eenvoudige (een- en meercellig), organismen die lichtenergie via fotosynthese gebruiken voor hun bestaan. Middels dat proces leveren ze tevens zuurstof aan het water. Let op: het zijn dus geen planten! Bij een te groot voedselaanbod (omdat bijvoorbeeld de algen onvoldoende gegeten worden) kunnen de algen zodanig in aantal toenemen dat er een tekort aan zuurstof ontstaat door een teveel aan biomassa (= algenbloei). Met als gevolg dat het milieu onleefbaar wordt, ook voor andere organismen (= hypoxie). 
  • Larven: We praten hier in feite over een verzamelnaam voor diertjes die in hun eerste levensfase qua uiterlijk volledig afwijken van het volwassen exemplaar. Veel van dit soort diertjes behoren tot het standaardmenu van de karper: rupsen (vlinders), donderkopjes (kikkers), maden (vliegen), meelwormen (kevers), witte of rode muggenlarven (muggen), enz.
  • Insecten: Hieronder vallen de meeste (volwassen) waterinsecten die je doorgaans in het water kunt aantreffen (waterkevers, wantsen, libellen, waterjuffers, muggen, waterpissenbedden, enz.)

Voedselarme wateren kunnen doorgaans minder vissen huisvesten. Simpelweg omdat er niet voldoende natuurlijk voedsel aanwezig is. Zitten er toch meer in, dan zijn ze per definitie afhankelijk van alternatief, lees: ons aas. Handig om te weten! Een rekenformule die wij aantroffen tijdens een van onze studies toont dat een voedselarm water ongeveer 50 tot 100 kilo karper per hectare kan hebben. In wateren waar sprake is van veel natuurlijk voedsel, praten we volgens deze zelfde formule over aantallen van maximaal 450 kilo karper per hectare. Alles daarboven is in feite uit balans. Let wel, dit zegt niks over bijvoorbeeld de afmetingen van de desbetreffende populatie. Deze kunnen in alle gevallen zeer van elkaar verschillen.

(Tip 1... Leuk weetje is dat je de watervlo als een soort indicator voor het zuurstofgehalte van het water kunt gebruiken: is het water zuurstofarm dan kleurt hij rood, is er wel genoeg zuurstof dan is hij kleurloos ...)

Zuurstof: 

Zuurstof is een belangrijk ingrediënt voor de vis. Wordt hij fit van. Veel zuurstof in het water betekent een positieve impuls. Natuurlijk zijn er veel andere waarden van toepassing, maar het feit blijft. Kijk maar eens waar vissen zich in kleine, ondiepe vijvers ophouden als het warm weer is en ergens een fontein staat te spuiten of een ander soort water-installatie is aangezet. Een waterval doet wonderen! Dit heeft verder niet zoveel te maken met je aas, maar alles met het vinden van een goede locatie.

Toch vormt het een wezenlijk onderdeel in de totale schakelketting waar ook ons aas deel van uitmaakt. Het geeft bijvoorbeeld een beeld van de hoedanigheid van de vis die we onder water kunnen aantreffen. De mate van activiteit of juist passiviteit van de vis en dit laatste kan juist weer wel effect hebben op het soort aas dat we kiezen.

PH waarde:  

De betekenis van de PH waarde van je aas, met name in relatie tot die van het water, heeft ons inziens wel degelijk invloed op de uiteindelijke werking van je boilie. Het fenomeen "Ionisatie" speelt daarbij een centrale rol. Ionisatie is een chemisch proces dat plaatsvindt wanneer er tussen twee stoffen/omgevingen (water en boilie) een verschil in zuurgraad bestaat. Sommige vissers zijn er van overtuigd dat de karper zelfs kleine verschillen daarbij opmerkt (proeft). Bij te veel verschil zou dit vooral een negatief effect hebben op de acceptatie van je aas. In andere woorden, het aas wordt erdoor als "on-natuurlijk" ervaren; een vreemd object in hun natuurlijke omgeving.

Wil je daarmee aan de slag, dan dien je dus de uiteindelijke zuurgraad (PH-waarde) van het water te weten om vervolgens je PH-waarde van je aas erop af te kunnen stemmen. Daarbij tevens ook het vermogen van dit water om zuren te binden (ZBV-waarde = zuurbindend vermogen), want bij water met een hoge ZBV-waarde wordt gesteld dat dit het ionisatie-proces sneller laat verlopen, wat betekent dat de verschillen in zuurgraad sneller afneemt. Misschien ook wel de rede waarom bepaalde stoffen op sommige wateren het beter doen dan op andere wateren. Echter niet alleen deze twee gegevens spelen een rol, er bestaan meer factoren die van invloed zijn.

Bij MyBoilie beschouwen we deze materie vooralsnog als een "no go". Zo moeten, om dit op een goede wijze te kunnen faciliteiten, bijvoorbeeld alle grondstoffen van PH-waarden worden voorzien, zodat het totaal ervan in de boilie berekent kan worden. Vooralsnog is deze informatie onvoldoende voor handen en lukt het niet om dit in een werkbare module om te zetten. Hier wordt aan gewerkt en hopelijk lukt het ons om hier in de toekomst invulling aan te geven; je eigen recept met bijhorende PH-waarde.

(Tip 1... Mocht dit toch een ding voor je zijn, dan kan je (mogelijk) negatieve effecten maskeren door je boilies voor te weken in het water waar je wilt gaan vissen. Door de boilie en het water in een emmer vooraf met elkaar te laten reageren zal een deel van dit Ionisatie-proces buiten de invloedssfeer van de karper plaatsvinden ...)