Watertype

Open & gesloten: 

Voor ons is het verschil tussen open en gesloten water, dat een open water wel en een gesloten water niet in verbinding staat met andere wateren. Zodanig dat vissen respectievelijk wel en niet tussen de wateren kunnen migreren. Ook is er wat ons betreft bij open water sprake van een duidelijke water in- en uitlaat. Met mogelijk een verloop/stroom van water en dus stroomgebied of -geul tot gevolg. Vaak goed te herkennen aan de zachtere bodem (slib).

Het gevolg van open water kan zijn dat het visbestand periodiek wijzigd en stroomgebieden (of geulen), als rudimenten uit de ontstaansgeschiedenis van het water nog steeds functioneren als trekroutes. Niet zelden aantrekkelijke aas-zones. Met name aan de randen; op de overgangen tussen hard en zacht. Het is geen wet, maar nogal eens aangetoond in de praktijk. Afhankelijk van de stroomrichting en de wateren waarop is aangesloten komt er ook koud(er) of warm(er) water binnen. Hierdoor kunnen onafhankelijk van de weersinvloeden koude(re) en/of warme(re) gebieden ontstaan. Geen opwindende informatie, maar toch iets om rekening mee te houden.

Dit soort fenomenen tref je niet snel aan bij gesloten water. Hier geen stroomgebieden met herkenbare trekroutes en gebieden die van nature al warm(er) of koud(er) water bevatten. Tenzij er sprake is van een bron met opwellend water, maar deze catagorie telllen we voor het gemak even niet mee. Wel zijn er migrerende vissen. Net zoals er ook honkvaste jongens zijn overigens, maar deze kunnen vaak niets anders doen dan "rondjes" zwemmen. Van de ene interessante plek naar de andere interessante plek of van plekken waar ze overdag lekker lui hangen naar plekken waar ze naar voedsel zoeken. De bodemstructuur is ook hier de oorzaak van de ontstaansgeschiedenis, maar soms minder goed herkenbaar (grillig en door mensenhanden gemaakt). Gewoon omdat het niets meer is dan een platte bak of extreem variabel... en alles wat zich daar tussen bevindt. 

Voor de keuze van je aas heeft het feit dat je op open of gesloten water vist niet direct betekenis. Het gaat hier feitelijk meer over lokalisatie en een algemeen begrip van de context. Helpt wel bij het bouwen van "the big picture".

Groot & klein: 

Alles boven de 50 hectare beschouwen wij langzaamaan als groot water. Hier horen dus ook rivieren bij. Dit is uiteraard geen harde grens, maar meer een gevoelsmatige indicatie. Wij maken dit onderscheidt omdat gemiddeld bij een bepaalde grootte steeds meer plekken bestaan waar altijd wel of juist zelden vis gevangen wordt. Met andere woorden, zones zijn waarbinnen gewoon periodiek weinig tot geen karper rondzwemt. De gemiddeld bezettingsgraad op groot water (vis per m3 water) is nu eenmaal minder dan op de kleinere wateren. Er is simpelweg in groot water meer ruimte per vis. Ruimte dus ook om in te kunnen groeien, hetgeen grootwater vissen zo spannend maakt. Er zwemmen altijd wel een paar knoeperts rond. Ongeschonden en oersterk!

Waarom is dit van belang? Wel, op klein water (een tot enkele hectare) met een beetje bestand komt er altijd wel een vis bij je langsgezwommen. Het is soms gewoon een kwestie van wachten. Wordt het water groter, dan levert wachten al gauw problemen op. De vis krijgt steeds meer plekken tot zijn beschikking om zich te verschuilen. Plekken waar ze een veilig heenkomen vinden. Daar komt bij dat een fenomeen als hengeldruk ook nog gewoon lang een issue blijft, dus veel simpeler wat dat betreft wordt het er ook niet op. Het fenomeen van rondzwemmende scholen vis is bij wateren tot zo'n 50 hectare (en nog wat hoger zelfs) behoorlijk lastig. Het heeft dan al gauw geen zin meer om op je beurt te wachten. Het kan wel een week of langer duren voordat er wat voorbij komt. Logisch dat dus bij steeds groter water alles draait om de stekkeuze. Je kunt zomaar in een zone belanden waar gewoon geen karper zit. Het hoe en waar hiervan behandelen we deels in andere hoofdstukken, maar valt ook buiten het werkveld van MyBoilie.

Het bovenstaande heeft wel effect op je aas-ontwerp. Hier gaat het dan met name om de aantrekkingskracht die je wilt inzetten, hoe sterk je het "geurspoor" wilt maken. Met name bij het vissen op groot water. Zit de vis dicht op je huid, dan gaat het doorgaans meer over visuele kracht, maar op groot, open water kan flink wasemen geen kwaad. Een krachtig signaal zenden kan ertoe leiden dat de karper zelfs over grote afstanden jouw spot ervaart als de plek waar wat lekkers te halen valt.

Zit de vis eenmaal op je stek zou je kunnen overstappen op een minder extreem geurend balletje. Of je kunt er voor kiezen om een combinatie te maken van een zeer attractief grondvoer en een bescheiden doch zeer smaakvolle boilie. Zit de vis eenmaal op de stek, dan laat je gewoon langszaam het grondvoer achterwegen.

Stilstaand & stromend: 

Met stromend water bedoelen we water dat daadwerkelijk en zichtbaar beweegt. Zodanig dat het ook van invloed is op de wijze van vissen en activiteiten van de karper. Je moet er bijvoorbeeld je lood op aanpassen en karpers moeten in open water voortdurend in beweging blijven om niet mee te worden genomen door de stroming. Met stilstaand water bedoelen we water dat geen fysiek effect heeft op de vis en onze wijze van presenteren. Er bestaan best wel wat verschillen tussen stilstaand en stromend water en als je in de gelegenheid bent om te kiezen, is het best wel handig om een aantal elementaire zaken op een rijtje te hebben:

  • Doorgaans is stromend water langer/meer zuurstofrijk dan stilstaand water (bijvoorbeeld tijdens lange, warme perioden).
  • Stromend water is mogelijk ook kouder dan stilstaand water. De zon heeft weliswaar ook vat op stromend water, maar het "wervelen" zorgt ervoor dat waterlagen mengen (warm met koud). 
  • Bij stilstaand water concentreerd zich natuurlijk voedsel vaak bij (bodem)begroeiing. Bij stromend water ontstaan bijvoorbeeld afzetgebieden in de bochten van het stroomgebied.
  • Vissen in stromend water azen stroomopwaarts. Dus met de neus tegen de stroomrichting in. Dit kan van invloed zijn op de positie en wijze van presenteren van je lijn en rig (vis het liefst met de stroomrichting mee). 
  • Bij flinke stroming is het nodig om bij het voeren in te schatten waar je het aas moet ingooien wil het op de juiste plek landen. Gebruik dan geen "zwevend" aas, dit kan vervelend uitpakken. Een goede rede om je boilies wat zwaarder te maken of anders in een vorm zodat ze wat beter op de grond blijven liggen (halfjes of vierkanten).
  • Denk aan de werking van zogenaamde verticale geursporen. In stromend water werkt dit natuurlijk niet. Gebruik voor deze trigger andere middelen zoals geluid, kleurgebruik of beweging (zie ook "Attractiviteit"). 
  • Bij stromend water vormt zich minder snel een stabiele spronglaag.
  • Bij stromend water worden geursporen (geurpluimen) sneller en over grotere afstanden verplaatst dan in stilstaand water en in de richting waarop het water stroomt.

Diep & ondiep: 

Water dat dieper gaat dan 4-5 m1 beschouwen wij als diep water. Vanaf deze diepte bestaat er namelijk de kans dat in de zomer en winter een spronglaag ontstaat en dat heeft invloed op onze manier van vissen (zie ook "Seizoenen"). Water dat dus minder diep is dan die 4-5 m1 beschouwen wij als ondiep water. Ook hier is het handig om enkele elementaire zaken en "open deuren" voor jezelf op een rijtje te hebben:

  • In water dieper dan 4-5 m1 tref je mogelijk in de zomer en winter een spronglaag aan.
  • Op ondiep water wordt je eerder met je (voer)boot opgemerkt dan bij diep water. Afhankelijk van de helderheid van het water natuurlijk en de wind die het water in beweging zet.
  • Zitten de vissen in ondiep water aan de oppervlakte, dan is het vaak gemakkelijker om ze naar de bodem te krijgen dan bij diep water. 
  • In heel diep water kan het pikdonker zijn. Karpers kunnen deze plekken mijden omdat ze behoefte hebben aan een veilige omgeving. In het donkere deel zien ze nu eenmaal de rovers niet aankomen.
  • Omdat er op dieper water soms minder licht komt is er ook minder bodembegroeiing. Een en ander is wel afhankelijk van de helderheid van het water en de bodemkwaliteit.
  • Denk ook aan de kleuren van je aas, want onder water wil nogal eens wijzigen. Dit afhankelijk van de diepte (zie ook "Eigenschappen"). Ook hier speelt de waterkwaliteit een belangrijke rol.
  • Karpers kunnen soms op grote diepte gevangen worden. Als er zuurstof is en voedsel en het is er niet al te koud (t.o.v. andere waterlagen), dan kan dat. Er zijn voorbeelden bekent van vissen die voorbij de 20 m1 diepte aan de boilie zijn gevangen.