Weersinvloeden

Temperatuur:

Laten we voorop zetten dat de karper temperatuurgevoelig is. Hij kan weliswaar grote schommelingen aan (het is een sterke vissoort) maar als koudbloedig wezen is hij afhankelijk van zijn omgeving. Dat wil dus zeggen dat de temperaturen buiten een directe invloed heeft op het welzijn of gedrag van onze vriend. Hetgeen overigens ook geldt voor andere vissen, maar dat terzijde. Zo kunnen hele hoge temperaturen leiden tot letterlijk sloom gedrag, maar ook zuurstof-arm water werkt niet positief op de gezondheid van de vis en vangsten. Dito voor erg lage temperaturen, waarin de vis door gebrek aan energie nauwelijks meer activiteiten onderneemt. Niet verwonderlijk dus dat de temperatuur als ook de wisselingen ervan zo'n sterke invloed hebben op het karakter van de vis en de wijze waarop hij zijn verblijfs- en voedselplekken kiest. De karper heeft warmte nodig om energiek te zijn en deze energie nodig om bijvoorbeeld te eten, te paren of te vluchten. Zie hier de drie "V's" waar het leven van onze vis om draait: 

  • Voedsel, 
  • Voortplanting
  • Veiligheid.

We maken onderscheidt tussen de lucht- en watertemperatuur. Deze zijn weliswaar met elkaar verbonden, maar beide hebben een andere werking op de context waarbinnen wij vissen. Zo heeft de karper feitelijk geen directe relatie met de luchttemperatuur, hij zwemt immers in water. Doordat het water onder invloed staat van de lucht lijkt het weleens anders, maar schijn bedriegt. Denken over temperatuur begint feitelijk met het vraagstuk hoe de watertemperatuur is of zich gedraagt onder invloed van de buitenlucht. Luchttemperatuur heeft dus een indirect effect en de mate waarin deze effect heeft op het water wordt o.a. bepaald door de fysieke hoedanigheid van dit water.

Locatie:

De vorm, afmetingen en oevers van het water bepalen voor een belangrijk deel de mate van invloed die de buitenlucht heeft op het water. Zo ook de diepte van het water, alleen de effecten daarvan (zoals de werking van de "Spronglaag") behandelen we in het hoofdstuk "Seizoenen". Het draait steeds om de vraag in hoeverre de buitenlucht vat krijgt op het water. Het moge duidelijk zijn dat open water sneller reageert op temperatuurwijzigingen dan omsloten/beschermd water. Daarbij moeten we ons ook steeds realiseren dat de temperatuur van het water een relatief begrip is. Deze moet worden bezien ten opzichte van andere delen in het water: warm water is pas warm als het ergens anders in het water kouder is. Dat dit bepalend kan zijn voor je begrip van de daadwerkelijke situatie en het effect op de vis toont zich in het volgende voorbeeld: 

Stel dat je in een kommetjes wilt vissen dat lekker beschermd ligt tussen wat bomen, maar grotendeels in de schaduw. Het is herfst, het waait van de kom af en de wind is koud en guur. De zon ligt verscholen achter een dik wolkendek. De bovenlaag van grote delen van het water koelen snel af door de gure wind en de zon geeft geen compensatie. De kom zou in dit geval weleens een fijn toevluchtsoord kunnen zijn voor onze vrienden. Nu breekt de zon door en valt de wind stil. Beschutting is niet meer nodig. Sterker nog, de bomen rondom de kom houden de opwarmende werking van de zon tegen. Na een paar zonnige dagen kan de situatie zomaar omdraaien. 

Zo kan vissen in de luwte bij guur weer in de herfst dus interessant zijn. Plekken die je misschien in een zomerse situaties volledig zou negeren. Natuurlijk spelen veel meer factoren bij deze situaties een rol zoals: het bodemverloop, het aanwezig natuurlijk voedsel, de bodemsoort, de hengeldruk, bodemkwaliteit, enzovoort. Maar hoe dan ook, het weer is een van de sterk sturende factoren binnen de belevingswereld van de karper... ook waar het de locatie betreft.

Wind:

De wind speelt in dit spel een belangrijke rol. Het zorgt voor zuurstof in het water en menging van temperatuur(lagen). Ook neemt het iets weg van het heldere beeld dat karpers kunnen hebben van de buitenwereld. Golven breken het licht, maken het diffuus, en verstoren een vrij "uitzicht". Andersom zijn ze dus ook minder zichtbaar, hetgeen de karper wat meer vertrouwen geeft. Daarnaast beïnvloedt het op praktische wijze ons vissen. Denk maar eens aan het plaatsen van je rig of voeren van je stek met een bootje bij harde wind of het zogenaamde "lezen" van tekenen in het water (bellensporen of -plakkaten, draaiende vissen, boeggolven). Toch schept wind vaak letterlijk leven in de brouwerij. Zuurstofrijk water is aantrekkelijk. Ook voor de prooidiertjes. In combinatie met een beetje goede temperatuur al gauw aanleiding om lager wal te zoeken. Maar houd wel die temperatuur in de gaten; wind werkt juist averechts als het kou met zich meebrengt.

Neerslag:

Een heldere en vaak direct voelbare vorm van invloed is wanneer het regent, hagelt of sneeuwt. De toplaag van het water wordt daarbij integraal beïnvloedt. Een koudeval kan de activiteiten van de karper volledig stilleggen. Het gekke daarbij is echter dat deze plotselinge verandering van context de vis ook weleens juist tot activiteiten aanzet. Onze ervaringen zijn in die zin wat verwarrend en geven niet een goed beeld van oorzaak en gevolg. Dit vraagt nog wat meer onderzoek alvorens hierover verder te schrijven. Maar wat wij in ieder geval wel weten is dat dit effect vaak acuut in werking treedt. Dit misschien omdat de invloed van neerslag over het gehele wateroppervlak plaatsvindt, ongeacht de vorm, afmetingen, oevervegetatie, enzovoort. Het leidt er vaak toe dat vissen integraal zich anders gaan gedragen of andere dieptes in het water zoeken. Voor een verdere toelichting willen we hier verwijzen naar het hoofdstuk "Seizoenen".

Luchtdruk:

Ook minder zichtbare en voor ons niet direct voelbare elementen uit de natuur hebben invloed op onze vriend. Meer en minder luchtdruk kan van invloed zijn op het gedrag van onze karper. Al denken wij niet dat dit direct voortkomt uit de toename in druk zelf. De vis bevindt zich namelijk onder water en daar gelden wat andere wetmatigheden. Zo ondervindt de vis meer- en minder luchtdruk wanneer hij respectievelijk dieper of juist ondieper gaat zwemen. In theorie zou een toename van luchtdruk buiten ertoe kunnen leiden dat de vis wat meer naar de oppervlakte komt. Maar of dit ook daadwerkelijk zo werkt weten we niet en dus laten dit nog maar even over aan speculaties.

We kennen in grove lijnen twee soorten van luchtdruk: hoge en lage luchtdruk. Bij hoge luchtdruk (ook bekend als anticycloon = hogedrukgebied) horen kenmerken als heldere hemel en weinig of geen wind. In de zomer kan dit snikhete dagen betekenen. In de winter gaan er koude dagen en vriesnachten mee gepaard. Voor de gewone standaard bodemvisserij soms geen ideale omstandigheid. Bij lage luchtdruk (ook bekend als depressie = lagedrukgebied) zien we eerder een betrokken hemel, zachte zuidwestenwind en veel regen. Doorgaans werkt dit dus wat andersom en zet het karpers aan tot azen. Een toename van het zuurstofgehalte in het water, waterturbulentie en minder licht (zicht) zijn hiervan mogelijk deels de oorzaak. Natuurlijk liggen tussen deze twee uitersten vele variaties en werkt de onderwater wereld niet zo zwart-wit, maar het kan geen kwaad om er eens op te letten... 

Maanstanden:

Op een nog grotere en misschien wel minst definieerbare wijze heeft ook onze maan invloed op de karper. Er bestaan verschillende theorien over, maar allen zijn ons inziens vooral gebaseerd op ervaringen en persoonlijke interpretaties. Eerlijk gezegd weten wij nog onvoldoende hoe dit nu precies werkt, welke perioden het meest gunstig uitpakken en waarom. Daarom schuiven we dit hoofdstuk nog even naar de toekomst; we zijn er mee bezig!

Wat we wel weten is dat in 29,5 dagen de maan van donker naar geheel zichtbaar verandert. Bij deze periode neemt dus de hoeveelheid licht in de nacht toe. Bij veel maanlicht zwemmen prooidiertjes wat dieper. Dat is veiliger en lijkt ons logisch. Ook dat het dan effect heeft op de dieren die deze prooidiertjes nuttigen. Ook is het logisch dat de karper s'nachts meer kan zien bij veel maanlicht, hetgeen mogelijk effect heeft. De rede misschien om andere locaties dan normaal te bezoeken, vanwege die diertjes. Er wordt vaak gesteld dat de afwezigheid van de maan doorgaans de vangsten verbeterd, maar hoe dit nu precies werkt blijft nog even de vraag. Komen we nog op terug dus!