Kwaliteit

Relativiteit: 

Misschien is deze paragraaf wel de belangrijkste van het hele studiecentrum. Diegene namelijk die de relativiteit van tal van stellingen binnen onze viswereld weet te doorzien is al een fors eind op weg. Datzelfde geldt ook voor alle informatie die jullie in ons studiecentrum aantreffen. Er zijn nu eenmaal geen vaste wetten of te volgen stroomschema dat vangsten verzekert. Er bestaat alleen een gewogen gemiddelde waarmee je de waarschijnlijkheid van je vangsten omhoog krikt. Alles dient uiteindelijk ten opzichte van alles te worden bezien. Omstandigheden beïnvloeden elkaar en elke situatie is weer anders. De natuur is voortdurend in beweging. Wij geven je daarom alleen een zo goed en compleet mogelijk overzicht, verder zal je je eigen weg moeten vinden... da's vissen!!!

Dat gezegd hebbende zouden we voorop willen stellen dat die unieke, gouden boilie die overal en altijd het meeste vissen vangt dus niet bestaat! Er is nooit een vangstgarantie. Het gaat bij boilies dus nooit om de beste oplossing, maar om de meest optimale keuze. Natuurlijk zijn er bollen die door de jaren heen goed presteren, maar er zijn legio situaties denkbaar en voorbeelden bekend waarbij ook deze boilies niets doen of boilies überhaupt minder presteren dan bijvoorbeeld gewoon natuurlijk aas (maden, wormen, enzovoort) of alternatieven (broodvlokken, hondenbrokken, enzovoort). Kortom, alles draait om het vinden van het juiste aas bij een gegeven situatie. 

Balans: 

Balans speelt daarbij een belangrijke rol. De karper heeft balans nodig in zijn totale voedselinname. Simpelweg om gezond te blijven. Daarbij gelden een aantal interessante wetmatigheden:

  • Het liefst eet hij zo veel mogelijk met zo weinig mogelijk energie(verspilling).
  • Hij pakt ook minder energie-rijk voedsel, want als hij alleen voor kwaliteit-waar zou gaan, dan kost hem dat in sommige situatie gewoon te veel tijd en energie.
  • Bij overdaad wordt minderwaardig voedsel afgewezen, ongeacht de aanwezige hoeveelheid... hij kiest "de krenten uit de pap" (de karper is een sorteerder bij uitstek)
  • Bij schaarste wordt de karper minder selectief, dus kan hij zomaar overstappen op dat "minderwaardige" aas.
  • Veilig foerageren is belangrijker dan goed eten (= behoudt van voortbestaan).

Van invloed hierop kunnen negatieve impulsen zijn als:

  • Aanwezigheid van roofdieren (veiligheid!).
  • Associatie met onnatuurlijke componenten of de mens (via geheugensporen).
  • Instinct dat de vis verteld dat ander (natuurlijk) voedsel beter/betrouwbaarder/verteerbaarder/enzovoort is (dit leidt soms tot individueel, eigenzinnig gedrag).
  • De ervaring dat het vermalen van de boilie energie kost. Meer dan het opslobberen van een wolk muggenlarven.
  • De wetenschap dat er soms niet genoeg/veel energie aanwezig is om voedsel binnen te krijgen (bijvoorbeeld bij koudere dagen).
  • De wetenschap dat naast energie er ook balans nodig is en behoudt van een goede spijsvertering.
  • Enzovoort...

Dus maken we liever zacht aas dan hard aas, is je presentatie en/of locatie uiteindelijk net zo of zo niet nog belangrijker dan het gekozen aas en is het nuttig je bewust te zijn van het reeds aanwezig voedsel. Er is dus veel meer aan de hand dan het vraagstuk of de karper je "snack" lekker vindt. Het fenomeen "lekker" is voor de karper complex van aard. Al moet ook gezegd dat er best zoiets bestaat als een ranglijst waar karpers voor vallen. In grove lijn kent deze een volgende geleding:

  • Waterwezentjes zoals Muggenlarven en Tubifex
  • Zebramosselen en dergelijke (heerlijk dierlijk voedsel, maar kost meer energie)
  • Plantaardig voedsel (levert weinig energie en je moet er veel van eten (kost energie dus))

De boilie zweeft hier al naar gelang het type tussendoor. Wat opvalt is dat plantaardig voedsel onderaan staat?! Waarom dan toch al die koolhydraten eten ondanks dat dit niet voedzaam is of "in balans"...?! Wel...:

  • De karper zoekt deze balans in een goede verhouding in het totale voedselpakket, niet de individuele bron.
  • Onvolledig of eentonig aanwezig voedsel geeft soms een gemis dat juist door deze koolhydraten-rijke boilies wordt aangevuld.
  • Aasselectie vindt dus plaats zodanig dat de vis uiteindelijk alles binnen krijgt wat nodig is, dus onevenwichtig voedsel wordt soms juist gegeten om balans te krijgen.
  • Andersom betekent dit dat de karper die veel onevenwichtig voedsel eet niet perse geen balans nastreeft... misschien is er gewoon veel van het ene en dus mist hij het andere.

Doel en werking: 

Kwaliteit is ook gerelateerd aan het doel dat je voor ogen hebt. Zo kun je er bijvoorbeeld in de zomer doelbewust voor kiezen om recepten zonder eiwitten in te zetten, omdat de vis deze al voldoende kan vinden. Met als idee dat meer de "snelle suikers" gewaardeerd zullen worden ten behoeve van het opsnorren van prooidiertjes. Of in de winter juist extra veel attractieve componenten, omdat we weten dat de wasemkracht van de boilie in koud water wat achteruit loopt en zo ook de gretigheid van de karper. Of je wilt vis vangen, maar vindt het "tot azen aanzetten" op langere termijn belangrijker. Je vervangt dan wellicht die "instant boilie" door meer uitgebalanceerd aas. Met die eerste kan je goed vis vangen, maar met die laatste houdt je ze beter vast en laat je ze terug komen. Met "instant crap" kan de ontmoeting eenmalig zijn. 

De kwaliteit zit in deze gevallen dus in je doelstelling en toont zich de relativiteit van het begrip. In het kader hiervan nog een paar losse overdenkingen op een rij:

  • Breed attractief zijn is doorgaans kansrijker dan een boilie met een specifiek karakter of waarde. Monotonie laat sommige behoefte van de karper onbeantwoord. Selecteert dus (zie ook het hoofdstuk "Attractiviteit"). Maar pas op: ingrediënten in te complexe recepten zorgen mogelijk voor onderlinge negatieve invloedt en slechte smaak. Zoek dus ook hier balans. Tussen enerzijds de kracht en herkenbaarheid van een eenduidige bol en anderzijds de finesse van een complex "gerecht".
  • In de natuur (bij de karper!) komen geen sweetners voor zoals wij die kennen. Het toepassen van zoete grondstoffen of zoetstoffen doet opvallen. Dit opvallen kan in sommige gevallen een kwaliteit zijn.
  • Soms wordt de grofheid van een boilie als kwaliteit gezien. De markt ziet dit vaak als een teken dat de boilie meer zou wasemen. Hoe grover, deste meer wasemkracht. Echter de korrelgrootte van het fijnste bloem is nog steeds vele malen groter (+/- 1.000x) dan de moleculen van de wateroplosbare ingrediënten/flavours die uitlekken. Elke mix is dus feitelijk grof genoeg om te lekken! Daar komt bij dat grovere delen in je mix ook kleinere delen naast zich hebben die de gaten als het ware opvullen en als deze kleinere delen niet echt wateroplosbaar of doorlaatbaar zijn (bijv. het weefsel/web dat gevormd wordt in de schil door ei-producten), dan heb je hetzelfde probleem. Het gaat dus eigenlijk niet om de grofheid van de stenen waarmee de muur is opgebouwd, als wel de dichtheid en doorlaatbaarheid van het cement ertussen... een interessante gedachte nietwaar?!
  • Dat je boilies soms niet gegeten worden betekent niet direct dat ze niet kwalitatief zijn. Het zou zomaar kunnen dat de vissen gewoon geen honger hebben!
  • Goed of slecht aas gaat dus ook niet over wel of niet eieren in je boilie toepassen (ei-albumine is ook ei), maar bijvoorbeeld veel meer over de versheid van het product. 
  • Ook het fenomeen "ouderdom" is vaak geen echt probleem. Mits goed bewaard behouden veel grondstoffen hun aantrekkingskracht. Dus goed opgeslagen en onder goede condities. Let wel, de vriezer doet het pas goed als hij rond de -18 graden vriest! Afbraakprocessen volgen binnen "de markt" soms vrij ondoorgrondelijke routes. Wil je echt iets over "kwaliteit" kunnen zeggen, dan moet je tot op dit niveau inzicht hebben.
  • Zo is stomen ons inziens wel wat beter dan koken (zie ook bereiding in het hoofdstuk "Grondstoffen"), maar ook weer niet extreem. Zoveel gaat er niet verloren tijdens het koken. Er vormt zich al gauw een huid om de kern (> 70 graden) en daarbij: een minder attractieve boilies is niet perse slecht... (zie ook "Attractiviteit")! Je gaat er in sommige omstandigheden of vanuit een bepaalde doelstelling juist meer door vangen!
  • Je kunt eindeloos variëren met je boilie en dat is gaaf. Wees flexibel! Maar besef dat de karper misschien niet dat verschil of specifiek dat type aas ervaart. Hij ervaart ingrediënten, verhoudingen, smaak, voedingswaarden, enzovoort en zet dit af tegen de context waarin hij zich bevindt. Hij geniet dus niet perse van "nieuw" of iets dergelijks. Voor hem zijn thema's als gemak (eten kost weinig energie), veiligheid (herkenbaarheid) en betrouwbaarheid (niet giftig) veel belangrijker!
  • Zomaar een gedachte: volgens sommige vissers heeft het veranderen van smaak en de oplosbaarheid van je ingrediënten vaak meer effect dan steeds een andere of meer hoeveelheid grondstof/flavour kiezen.
  • Kwaliteit bevindt zich ook op nog een ander niveaus. Zo kan je het hebben over prettige en nuttige kwaliteit. Zo zijn een snelle levertijd, goede service, goede prijsverhouding, enzovoort allemaal prettige kwaliteitswaarden. Niet onbelangrijk, maar je vangt er geen vis meer door. Nuttige kwaliteit handelt bijvoorbeeld over zaken als een juiste keuze in grondstoffen, de versheid ervan en hun onderlinge verhoudingen. Nauwkeurig afgestemd op de situatie waar jij je op dat moment in bevindt. 
  • Adaptief zijn (je kunnen aanpassen...) is ook zo'n vorm van nuttige kwaliteit waar je uiteindelijk een beter resultaat mee zal behalen.
  • Een losse tip voor controle op kwaliteit: controleer of de smaak van het product overeenkomt met dat wat je ruikt. Bijvoorbeeld zoet is dan zoet en niet bitter of droog.

Belang van smaak: 

In veel geschriften wordt het belang van een goede smaak onderbouwd. Als het om kwaliteit gaat draait veel om dit begrip. De uiteindelijke toets is die van de smaak, want alleen middels smaakdetectie is de vis in staat om te bepalen of het voedsel voor hem/haar geschikt is. Hetgeen uiteindelijk de keuze bepaald om de boilie wel of niet te eten. Hierdoor voorkomt hij instinctief dat hij bijvoorbeeld vergiftigd wordt. Het is geen feilloos systeem, maar wel verdomd geavanceerd. Een meer complete behandeling van dit onderwerp vindt je onder reuk- en smaakzin in het hoofdstuk "Zintuigen".

Houdbaar- en Versheid:

Een van de meest waardevolle kwaliteitskenmerken zien wij in de versheid van de grondstoffen. Het lijkt een beetje een open deur, maar het is best een ingewikkeld aspect binnen de aaswereld. De inkoop vraagt bijna visionaire vermogens. Te weinig inkopen betekent een hogere prijs, maar te veel inkopen inferieure kwaliteit. Soms liggen grondstoffen maanden op de plank te wachten en daar wordt niemand beter van. De enige echte garantie die leveranciers je kunnen bieden is dat zij hun best doen zo vers mogelijk te leveren. Dit houdt praktisch in dat er selectief moet worden omgegaan met leveranciers en aandacht moet worden geschonken aan de keten van grondstoffen als geheel; van oogst dus tot aan de boilie.

Bij MyBoilie hebben wij er voor gekozen om met kleine batches te werken (vanaf 10 kg.). Naast het feit dat dit de visser de mogelijkheid geeft om met kleinere hoeveelheden de werking van zijn of haar boilie-ontwerp te testen, betekent dit systeem automatisch dat er per bestelling maar een beperkte hoeveelheid grondstoffen gebruikt hoeven te worden. Hiervoor houden wij onze voorraad klein en de doorstroom hoog. Het is dan ook niet zo erg als er af en toe wat weggegooid moet worden omdat het ons inziens te lang op de plank ligt. Veel grondstoffen worden hiervoor "on demand" besteld. Zo houden wij de boilies vers. Het vormt tevens de belangrijkste rede waarom onze levertijd (10 werkdagen) wat langer is dan gemiddeld.  

Ook de houdbaarheid speelt een belangrijke rol en duidelijkheid hebben over wat je koopt en waar het vandaan komt. Dat dat wat er opstaat ook in zit. Kwaliteit is dus niet alleen heel attractief zijn, als wel vers zijn, voedzaam (nuttig voor dat moment, dus niet perse voedingswaarde rijk!), gezond, lekker, houdbaar en in balans!

Voorweken: 

Sommige vissers maken er een gewoonte van om hun aas (in het water van het meer waar ze vissen) voor te weken. De redenen hiervoor of mogelijke invloed die dit heeft op de "kwaliteit" van je aas hebben we geprobeerd op een rijtje te zetten:

  • Mogelijk weigeren vissen een bepaald aas te eten omdat het in beeld (kleur), smaak en geur te veel afwijkt van de natuurlijke omgeving of van het aas dat er al wat langer in ligt. Aas dat er langer in ligt zou aangemerkt kunnen worden als "minder gevaarlijk". Daar hoort tevens de gedachte bij dat het aas dat al langer in het water ligt minder fel van kleur is en mogelijk minder sterk wasemt. Best wel een logische stelling, al hebben wij eerlijk gezegd onze bedenkingen. De karper is namelijk nauwelijks in staat om op basis van associatie iets als "gevaarlijk" te herkennen, anders dan wanneer dit in zeer korte tijdspanne plaatsvindt en dan nog met zeer grote regelmaat (zie ook paragraaf "Dressuur" onder hoofdstuk "Doelstelling").
  • Wanneer er droge boilies het water in gaan, dan start het proces van uitwasemen met het opnemen van water (door de huid) door de droge kern van de boilie. Daarbij zwelt deze droge stof op en brengt zodoende de boilie op spanning. Het resultaat is dat het vocht van de kern, inclusief de wateroplosbare ingrediënten, naar buiten wordt geperst/gelekt. Door je aas vooraf al wat in water te weken breng je dit proces al wat op gang, hetgeen helpt bij bijvoorbeeld instant sessies.
  • Aas dat geweekt is wordt doorgaans wat zachter. Mogelijk verhoogt dit de "kwaliteit" van het aas, omdat het de karper minder energie kost om dit te eten.
  • Doordat aas wat langer in het water ligt neemt het logischerwijs ook de eigenschappen over van deze vloeistof. Waaronder bijvoorbeeld de PH-waarde. Deze "zuurgraad-meter" is met de smaak van onze boilies verbonden. Karpers kunnen namelijk dit soort van nuances (zuurgraad-verschillen) vrij goed waarnemen. Is de PH-waarde van jouw boilie "Basisch" (> 7) en het water "Zuur" (< 7), dan zal onze vriend het aas sneller als "onnatuurlijk" ervaren dan wanneer er geen verschil bestaat. Hier helpt dus het voorweken om dit verschil wat af te vlakken.
  • Soms horen of lezen wij ook dat het goed zou zijn om vooraf de ingrediënten van je boilie wat uit te laten "lekken". Wij vinden dit een merkwaardige gedachte. Als je de ingrediënten er niet in wilt, dan kun je ze er maar beter niet in stoppen... toch?! Daar komt bij dat we denken dat die eerste, sterkte geur-impuls (als deze er al werkelijk is...) niet wezenlijk van meerwaarde is op de kwaliteit van je boilie, maar eerder bedoeld is voor het vangen van de visser dan de vis. Dit is niet de kwaliteit die wij voor ogen hebben.

Balans: 

We hebben het in de voorgaande stukken al vaak over het fenomeen "balans" gehad. Er zijn verschillende soorten van balans of gebieden waar je je balans kunnen vinden. Zo kan je nadenken over de balans die je in je boilie wilt bereiken met behulp van de middelen die je kunt inzetten om je aas aantrekkelijk te maken: (zie voor een uitgebreider overzicht van middelen het hoofdstuk "Attractiviteit")

  • Inhoud van je aas (verteerbaarheid, smaak, voedingswaarde,...)
  • Wasemkracht (mate van oplosbaarheid in water, textuur, dichtheid huid,...)
  • Visuele kwaliteit (kleur, vorm, licht,...)
  • Hardheid en afmeting (opneembaarheid, energie, natuurlijkheid,...)
  • Beweging (diverse soorten natuurlijk voedsel...)
  • Geluid (crunch-effect, voeren met spomb, grondvoer met "harde" zaden,...)
  • Versheid en kwaliteit (doorlooptijd grondstoffen, land van herkomst,...)
  • Verwerkbaarheid (verhouding grove en fijne delen, kleven, binding, harders,...)
  • Karakter (herkenbaarheid, onderscheidend vermogen,...)

Hetzelfde geldt voor het vraagstuk omtrent voedingswaarde. Wat zijn (jouw) juiste waarde of verhoudingen?! Afgestemd op de eigenschappen van het water, het seizoen, jouw doelstelling, de populatie vissen, enzovoort. Hoe dan ook een complexe opgave, maar niet zonder referentie. Deze is al lang wetenschappelijk vastgesteld en geeft houvast. Je kunt er meer of minder van afwijken: (zie voor verdere uitleg hoofdstuk "Bouwstoffen")

  • 40% Proteïne (is ons inziens een na te streven maximum... voor jonge vissen max. 40% en voor oude vissen max. 30%)
  • 45% Koolhydraten 
  • 10% Vetten 
  • 5% Vitaminen en Mineralen 

De referentie van deze voedingswaarde kan gezien worden als een soort wenselijke hoeveelheid grondstoffen. Dit in verhouding tot elkaar. Afhankelijk van het soort sessie of je doelstelling kan je hier meer of minder van afwijken. Let altijd wel op je proteïne. Voer je deze te hoog op, dan zal dat (sneller) leiden tot een verzadiging. Er zijn overigens vissers die stellen dat je er altijd rekening mee moet houden dat het aas voldoende voedingswaarde heeft, maar zolang de vis er niet mee gevoe(r)dt wordt trekken wij dit in twijfel. Er zijn te veel variabelen in het spel om van een strikte richtlijn te kunnen spreken.

Nog een andere wijze van kijken naar "balans" die wij hebben aangetroffen is het zoeken naar de juiste verhoudingen tussen de volgende drie kernwaarden: versheid ingrediënten, voedingswaarde en context waarin je vist. Daarbij kan je je afvragen of jouw aas in de gegeven situatie:

  • Een goede signaalfunctie kent (vindbaar en herkenbaar is (zie ook "Attractiviteit")
  • Er een juiste balans gevonden is tussen dit "karakter" van je boilie, de smaak (zie ook "Zintuigen") en de fysieke eigenschappen van je boilie (zie ook "Eigenschappen").
  • En of je presentatie, de mechaniek, positie, zichtbaarheid, enzovoort... juist is in de gegeven situatie. Dit laatste handelt om de "effectiviteit" van je aas.

Selectiviteit: 

Selectiviteit is een specifiek thema in onze visserij. In sommige gevallen, met name in de target-visserij, een sterk sturend element (zie ook "Attractiviteit"). Het handelt over de wisselwerking tussen voedingswaarde, smaak en attractiviteit van je boilie. Het is geen vaste relatie, maar eentje waar je flexibel mee om kunt gaan. Het idee is gebaseerd op een aantal aannames. Bijvoorbeeld dat je middels een breed attractief spectrum het meeste kans hebt om veel vis te vangen. Ook mogelijk die zeldzame exemplaren die wat meer "eigenzinnig" zijn. Zoet vangt daarbij doorgaans meer grote vissen zeggen veel vissers, maar de waarheid is genuanceerder denken wij. Vismeel bereikt meer vissen (ook de groten) alleen kan deze hogere "attractiviteit" er ook toe leiden dat de groepen kleintjes de groten voor zijn. Het is dus maar hoe je oorzaak en gevolg ziet. Kleine karpers zorgen voor onrust op de stek en de grote jongens houden zich afzijdig. Vaak de rede om ook een hengel aan de rand van een voerplek te leggen. Zo ook de meer solitaire, grotere exemplaren te gevangen. Waar veel kleine karpers foerageren vinden de grotere exemplaren het wat minder interessant; komen later pas op gang. Aan de andere kant; waar gegeten wordt komen vissen op af...!

Waarom zou het bovenstaande zo kunnen werken? Mogelijk omdat veel proteïne in de boilie kleine karpers aantrekt. Deze moeten nog groeien en hebben dus veel proteïne nodig. De grotere exemplaren hebben hier instinctmatig minder behoefte aan. Ze zijn al volgroeid en dus vragen ze wel energieleveranciers, maar meer in de vorm van snelle suikers, koolhydraten dus... zoet! De aanname die wij veelvuldig aantreffen is dus dat boilies met veel voedingswaarde meer kleine karpers aantrekt/vangt en schrale boilies meer de grote vissen. De overweging en dus selectiviteit gaat hier dus over het hebben van meer aanbeten, maar kleinere kans op grote vis of minder aanbeten en meer kans op de grote jongens. Door te spelen met smaak, voedingswaarde en attractiviteit kan je selecteren.

Nog een andere gedachte. Attractoren (synthetische en natuurlijke) geven mogelijk een positieve conditionering. Daarbij heeft de natuurlijke vorm onze voorkeur. Voorbeelden hiervan zijn: voorverteerde, gehydroliseerde of gefermenteerde grondstoffen, goede amino-mixen, smaak- en aromacomponenten als zoetstoffen, zout en kruiden, vlees- en visachtige grondstoffen die goed wateroplosbaar zijn of mono natrium glutamaat (Ve-tsin) en sommige oliën en vetten. Prima idee dus om deze stofjes toe te passen nietwaar...?! Maar te veel "positiviteit" kan ook leiden tot veel kleine exemplaren of zelfs witvis op de stek. 

Vanuit verschillende perspectieven kan je dus steeds twee kanten op. Selecteren dus: 

  • Hoge voedingswaarde, goede smaak, goede attractoren, enzovoort => meer karpers vangen (en op langere termijn), maar met relatief een laag gewicht.
  • Zo niet => minder karpers, maar mogelijk gaat het gewicht wat omhoog.

Let wel, we praten hier niet over vaste wetten, eerder een tendens. Ook gelden andere wetmatigheden indien we instant vissen en langere termijn. Daar spelen weliswaar dezelfde wetten, maar ook andere factoren een rol (zie hiervoor ook "Verblijfsduur" en "Doelstelling"). 

Vanuit deze optiek bestaat er dus feitelijk niet zoiets als goed of slecht aas. Er is alleen een keuze van strategie en doelstelling. Meer beet, kleinere vis of minder beet en grotere vis. Voor alle duidelijkheid, een totaal waardeloze boilie doet natuurlijk helemaal niets. "Lekker" is in principe altijd beter dan neutraal of vies! Onder minder goed verstaan wij dan ook: minder expliciet in smaak, voedingswaarde en signaalkracht (attractiviteit).

Een leuke bijhorende gedachte die wij tijdens ons onderzoek hebben aangetroffen is het werken met een zogenaamd "gas- en rempedaal". In de visie van deze vissers wordt benadrukt hoe belangrijk het kan zijn om soms meer en soms minder attractief te vissen. Een voorbeeld: 

  • Een beetje goed bezet water kent al gauw 300-350 kilo vissen per hectare. Soms zelfs meer dan dat. Daarvan kan wel 80% witvis zijn. Aangenomen dat deze een gemiddeld gewicht hebben van 1 kilo en zich in de buurt van jouw stek kunnen bevinden, ben je zo de Sjaak! Met een beetje attractieve boilie heb je in not time een berg brasems op de kant. Je zou hierop kunnen inspelen door aanpassingen te doen in de mate van permeabiliteit (doorlaatbaarheid) van de huid van je boilie. 
  • Boven de 70 graden begint eiwit al te stollen. Ze formeren een soort weefsel van draden die in meer of mindere mate een web vormen, een soort vlechtwerk of weefseldoek. Hoe langer je kookt of stoomt, deste dikker en ondoordringbaarder deze structuur wordt. 
  • Wasemen is niets anders dan het inlaten van water en vervolgens weer uitlekken van grondstoffen. Daarbij is de boilie voor het inwerpen gedroogd. De droge buitenlucht (droger dan in de boilie!) maakt de boilie kleiner omdat het vocht aan de boilie onttrokken wordt. Eenmaal in het water werkt dit proces andersom. Het vocht zoekt de nu de drogere binnenkant van de boilie. Vocht wordt dus door de huid heen opgezogen in de droge mix. De kern/mix zet hierdoor uit, de boilie zwelt op waardoor de mantel onder spanning komt te staan. De in water opgeloste stoffen worden zo door dit elastisch membraan naar buiten geperst. Dit is lekwerking van de boilie.
  • Hoe dikker nu de schil, deste trager dit proces verloopt. Hoe dunner de schil deste sneller het verloopt. Bij veel te lang koken kan het zelfs zo zijn dat ook de kern verhard is en dus geen water kan opnemen. De boilie is dan als het ware "doodgekookt" en doet dus niets meer. 
  • In dit proces speelt ook de temperatuur van het water een rol. Hoe warmer het water is deste sneller het water in de boilie komt. Met andere woorden, dezelfde boilie geeft in de zomer meer signalen af dan in de winter.
  • Door nu je kook- of stoomtijd aan te passen kan je met deze wasemkracht spelen. Door langer of korter te koken kan je dus meer of minder attractieve boilies maken!
  • En vanuit het bovenstaande geldt dus ook dat je in koud water gerust wat meer attractie in de boilie mag gooien, hij lekt toch minder snel uit.

Bij hele harde, droge boilies kan dit proces soms wel even duren. De opbouw van de druk is er pas als er voldoende water door de schil is gegaan. Om een en ander alvast wat op gang te brengen kan het helpen om de boilie wat voor te weken. Hierdoor werkt hij mogelijk meer instant (zie ook paragraaf "Voorweken" hierboven). Overigens hebben we het hier niet over de boilie helemaal onder water zetten, maar het gewoon tijdelijk wat op laten nemen van vocht zodat dit er in kan trekken. 

Productie: 

Als laatste thema rondom het fenomeen "kwaliteit" willen we hier nog twee dingen kwijt ten aanzien van de productie van je boilies. Onze producent stoomt met een temperatuur van rond de 80 graden. Hij gebruikt daarbij geen eieren, maar ei-poeder-heel met ei-albumine. Dit maakt het proces schoon en beheersbaar. Wij zijn er blij mee en hebben nog nooit negatieve effecten bemerkt. Sterker nog, stomen heeft ons inziens een aantal voordelen, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat wij denken dat het daadwerkelijke effect ervan minder zwaar weegt dan soms beweert wordt: (zie ook "Bereiden" in het hoofdstuk "Grondstoffen")

  • De temperatuur van het stomen ligt lager dan bij kokend water. Hierdoor gaat (bewezen) minder voedingswaarde verloren (deze blijft behouden voor de vis).
  • Tenzij er consequent en regelmatig ververst wordt tussen het draaien van de batches, is het stomen een minder vervuilend proces (geen overdracht van geur en smaak).
  • Bij stomen is er geen sprake van uitlek van kostbare grondstoffen tijdens het kookproces (met name vluchtige stoffen en wateroplosbare attractoren).
  • Boilies hoeven minder lang te drogen omdat ze minder vocht opnemen (een droger proces levert minder kwaliteitsverlies).

Maar ook het feit dat Grain Baits gecertificeerd is levert wat ons betreft enkele meerwaarden met zich mee wanneer het om "kwaliteit" gaat: (E.e.a. conform het kwaliteits-handboek N.V.W.A.)

  • Kwaliteitseisen en voedingswaarde van de grondstoffen/boilies zijn zodanig dat het product geschikt is voor menselijke consumptie (ligt boven die van de diervoerderij!).
  • Kwaliteitseisen t.a.v. de hygiëne en veiligheid bij de productie-lijn leveren een gegarandeerd zuiver en veilig proces.
  • Grain Baits is verantwoordelijk voor zijn/haar kwaliteit-waarde middels interne controles, maar moet ook werken met exploitanten en grondstoffen-leveranciers die aan die zelfde voorwaarden voldoen (geeft zekerheid van “goede waar”).
  • Grondstoffen moeten dus “veilig" en kwalitatief zijn (vers en gezond dus!), maar ook traceerbaar en analyseerbaar (er moet dus ook echt inzitten wat erop staat!).
  • Het proces dient transparant inzicht te geven in: voedingswaarden, gebruikte grondstoffen, houdbaarheid-datum, batchnummers, oorsprong product, enzovoort (dit voorkomt o.a. de inkoop of het verwerken van oude, gedateerde grondstoffen!).