Spijsvertering

Het belang: 

Dit is een veel besproken en niet onbelangrijk fenomeen. Karpers hebben immers geen uitgebreid spijsverteringssysteem zoals wij en zijn gevoelig voor een goede werking van hun darmen, zeker als de temperaturen aan het dalen zijn. Een goede werking kan het verschil maken tussen leven en dood. Of iets minder dramatisch: tussen iets of niets vangen. Kortom, een goede spijsvertering is belangrijk.

Voedselopname: 

De karper heeft geen maag of een mooie rij met tanden waarmee hij zijn voedsel fijn kan kauwen. Het voedsel komt direct in het darmkanaal. Wel heeft hij in de keelholte (achter de mondholte) twee rijen keeltanden waarmee hij voedsel fijnmaalt tegen een hoornplaat. Meer naar buiten, in de mondholte, ligt aan de bovenzijde het Palataal orgaan dat bomvol zit met smaakknopjes. Deze vormt de laatste in een lange reeks controles op smaak. 

Opname van voedsel vindt plaats door expansie van de mond- en kieuwholte. Zo vloeit water in en uit en met dit water zowel de grote als kleine voedseldeeltjes. De kleine stukjes voedsel worden daarbij opgevangen in taai slijm achterin de keelholte, waar het een bal vormt die vervolgens verwerkt kan worden door de keeltanden. Als het voedsel akkoord is bevonden door de smaak en klein genoeg is gemaald wordt het voedsel ingeslikt. Voor ons als vissers hoeft het echter niet zover te komen waar het ons haakaas betreft. Een opname tot in de mondholte voldoet.

De wijze van opname kan worden beïnvloed door het seizoen of de context van het water waarin we vissen. We onderscheiden daarbij in grote lijnen twee soorten van momenten:

  1. Gemakkelijke momenten: bijvoorbeeld rond de paai, waarin de karper extra energie nodig heeft of op het moment dat de vis vetreserves aan het bouwen is en het natuurlijk voedsel afneemt. Wij zien dit terug in vangstcurven rond de maanden mei en oktober (zie ook "Seizoenen"). Het aas wordt op dit soort momenten met meer overtuiging richting het Palataal orgaan gebracht dan gemiddeld.
  2. Moeilijke momenten: bijvoorbeeld bij wateren waar een hoge hengeldruk heerst, de vissen de klappen van de zweep kennen (dressuur), voorzichtig azen, erg veel natuurlijk voedsel om zich heen hebben of de temperatuur wezenlijk te laag of te hoog is met weinig zuurstof... enzovoort. In deze situaties kan de vis veel tijd besteden aan het eerst inspecteren van het aas, verplaatsen van het water (kijken of alles zich "natuurlijk" gedraagt) alvorens het voedsel op te nemen. Om het vrijwel direct daarna ook weer uit te spugen. Een ritueel dat zich met gemak enkele keren kan herhalen alvorens de vis daadwerkelijk overgaat tot een opname.

Daarbij is het interessant om te weten dat de karper naast smaak en geur ook sterk visueel is ingesteld. Hij ziet zijn omgeving, afhankelijk van het licht en het water vrij goed. Toch kan hij tijdens het opzuigen het aas zelf niet zien. Het ligt dan onder zijn bek en daar kunnen zijn ogen niets waarnemen. Dat laatste stukje precisiewerk is dus feitelijk een vorm van gokken. Hij grijpt dus ook weleens mis zo. Wel vindt er tot op het laatste moment controle plaats van de smaak en textuur. De rede ook waarom de combinatie tussen een visuele prikkel (kunstaas of kleurige popup) met een waardevol stuk voedsel (boilie) in de vorm van een showman het zo goed kan doen. Je lokt de vis op zicht om hem vervolgens door smaak bij de opname te begeleiden. Je begrijpt dan ook waarom alleen kunstaas in het donker doorgaans minder goed presteert.

Metabolisme:

De stofwisseling of metabolisme (metabolismos = verandering of omzetting) is het geheel van biochemische processen dat plaatsvindt in de cellen van organismen. Enzymen spelen bij deze omzetting een centrale rol. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen de opbouw van stoffen on gebruik van energie (anabolisme) en de afbraak van biomoleculen, waarbij energie vrijkomt (katabolisme). Metabolisme heeft daarbij als functies:

  • Het vastleggen van energievoorraden door aanmaak van reservestoffen.
  • Het vrijmaken van energie uit onder andere opgenomen stoffen en reservestoffen.
  • Het opnemen van stoffen.
  • Het gebruik van bouwstoffen en energie als bron voor alle biologische processen.
  • Het verwerken van afval
  • Het elimineren van een teveel aan opbouwstoffen.

Het verteren van grondstoffen (bestaande uit nutriënten) levert de zogenaamde metabolieten. Strikt genomen zijn metabolieten dus de producten van stofwisselingsprocessen. De term wordt echter meestal alleen gebruikt voor de kleine moleculen zoals glucose en aminozuren, maar zijn te verdelen in:

  • Nucleotiden
  • Organische zuren
  • Vrije aminozuren (deze roepen met name de smaaksensatie op!)
  • Betaine (smaakversterker (vooral bij koolhydraat-rijke recepten), maar wees voorzichtig met de hoeveelheid!)

Je kunt je voorstellen hoe wezenlijk van belang het is dat het metabolisme van de karper goed functioneert. Bij een verstoring ervan kan dit tot ernstige schade of zelf de dood leiden. Het is dan ook logisch dat het toevoegen van ingrediënten die de spijsvertering op een positieve wijze beïnvloeden/stimuleren niet qua smaak, maar wel qua gezondheid aantrekkelijk zijn voor de karper. En al schrikt de vis niet terug van een lekkere snack, zijn instinct stuurt aan op selectief gedrag. Gebruik om deze rede onder andere gerust eens een beetje Kelp, Spirulina of Tarwezemelen in je mix. Wij mensen ruiken of proeven niet direct het verschil, maar de karper zeker wel en weet dat ook te waarderen!