Zintuigen

Keurmeester: 

De karper is werkelijk een meester in het keuren van voedsel. Over zijn gehele lichaam en in zijn mond- en keelholten heeft hij receptoren waarmee hij stofjes (moleculen die in het water zijn opgelost) kan registreren. Hij maakt daarbij gebruik van vier verschillende zintuigen:

  • De reukzin
  • De smaakzin
  • Individuele chemische cellen
  • Algemene chemische cellen

Er gaan verhalen de ronde (en er is wetenschappelijk bewijs) dat de karper, gebruikmakend van dit instrumentarium, extreem gevoelig is. De karper zou al 1 gram flavour moeten kunnen ruiken in een wateroppervlak van een Olympisch zwembad! Daarbij hebben de zintuigen elk zowel gelijke als verschillende functies. Voor onze aas-hobby zijn met name de reuk- en de smaakzin het meest interessant. Als het lukt om hier op een juiste wijze mee om te gaan zijn we al een heel eind weg.

Reukzin: 

De reukzin speelt een belangrijke rol bij het waarnemen van gevaar, het paai-ritueel (feromonen) en het vinden van voedsel. Uiteraard zijn wij met name in dat laatste geïnteresseerd. Want hoe maken wij ons aas zodanig dat de karper het vindt en lekker vindt. Er spelen nogal wat randvoorwaarden rondom deze materie. We hebben er een aantal voor je op een rijtje gezet:

  • Wat zeker is, is dat de vis zich in water bevindt. Alles dat met ruiken gepaard gaat verloopt via deze vloeibare stof. Dit is dus niet te vergelijken met de wijze waarop wij als mens geur waarnemen. Karpers ruiken alleen die stoffen (= metabolieten) die opgenomen zijn in water. Deze metabolieten zijn de bouwstoffen van de nutriënten (= voedingsstoffen als eiwitten, vetten, koolhydraten enz.). Ze bestaan uit "smaakdeeltjes" die onder te verdelen zijn in: 
    • Nucleotiden
    • Organische zuren
    • Aminozuren
    • Afgeleiden als Betaine
  • Betaine is een wateroplosbare stof die de reuk- en smaakorganen prikkelt/stimuleert. Het kan versterkende werking hebben op aminozuren en daarmee een groot deel van het voedsel van de karper. De Betaine HCL versie zou daarnaast ook een gunstig effect hebben op de spijsvertering van de karper. Toch is de samenwerking met een hoop andere ingrediënten nog onduidelijk en dus een voorzichtig handelen vereist. Er zijn positieve, maar ook negatieve effecten die we in de literatuur tegenkomen. Dit vraagt nader onderzoek. Wat wel duidelijk is, is dat name kleine hoeveelheden een goed effect geven. Zo zien wij hoeveelheden van 0,01566 gram Betaine HCL / kilo mix voorbij komen die het beste resultaat geven. Ook schijnt het goedje beter te werken bij koolhydraat-rijke mixen dan bij vismelen.
  • Eiwitten bestaan uit lange ketens van aminozuren. Aminozuren zijn dus feitelijk de bouwstenen van eiwitten en daarmee de basis voor ons lichaam. Elk prooidiertje geeft deze begeerlijke stofjes af in het water. Dit in de vorm van aminozuren + daarvan afgeleide verbindingen zoals betaine en niet aminozuren. Plaatselijk meer of minder. Met name concentraties van deze stof triggert de karper, omdat het het signaal afgeeft dat er voedsel te vinden valt. Let wel, niet alle aminozuren zijn daarbij voor de karper aantrekkelijk. Het staat geenszins synoniem voor wondermiddel. Er zijn zo'n 23 soorten aminozuren waarvan er feitelijk maar 6 ook daadwerkelijk door de karper bewezen als "lekker" ervaren worden (cysteine (beste!), proline, glutamine, glutaminezuur, asparaginezuur en alamine). Ook zijn sommige combinaties niet ok. Sterker nog, verkeerde combinaties kunnen juist leiden tot vermindering van attractiviteit; sommige verbeteren de aantrekkingskracht, andere hebben een neutrale werking, andere zijn gewoon niet te vreten! Ook is de dosering belangrijk en in sommige gevallen nog gewoon niet bekent of onduidelijk. Daarbij wisselt tevens de reactie van de vis. Met andere woorden: Amino-mixen zijn buitengewoon interessant, maar wees voorzichtig! En aangezien de wetenschap nog niet zover is dat zij kunnen aangeven hoe dit precies werkt en in welke verhoudingen je veilig kunt experimenteren, is ons devies vooral om hiermee voorzichtig om te gaan. Less is more... in dit geval zeker! Veel vismelen of andere natuurlijke extracten bevatten als basis al goede aminozuren-patronen. Dus gooi hier niet te veel bij. Mocht je als basis een hele schrale boilie gebruiken, dan draagt dit minder risico.
  • De markt kent drie verschillende productniveaus: 1. enkelvoudige aminozuren (waaronder afgeleiden als betaine). 2. Mixen of mengsel (waaronder Corn Steep Liquor (CSL), Hydrolized Vegetable Protein (HVP), Green Lipped Mussel (GLM)). 3. Een toevoeging van enkelvoudige aminozuren op de onder 2 genoemde mixen. De exacte werking van deze producten is zoals eerder aangegeven nog onzeker.
  • Doordat de karper "ruikt" door wateroplosbare deeltjes te verbinden met zijn "reuk-receptoren" weet diegene die het boek "Karper en de Listen" (van Ed en Bert Cremer) gelezen heeft dat oliën en vetten die gebruikt worden in flavours geen effect hebben op het reukvermogen van de karper. Wateroplosbaar betekent dat de moleculen van het desbetreffende stofje zich los en vrij door het water kunnen bewegen. De karper ruikt en proeft daarbij doordat zijn receptoren een verbinding aangaan met deze moleculen. Deze moleculen moeten daarbij eenvoudig en eenduidig van structuur zijn (geen clusters/groepen dus) en klein van formaat. Alleen individuele moleculen dus en klein. Olie voldoet niet aan beide. Oliën bestaan uit groepen moleculen, zijn complex en extreem groot van formaat. Ze passen dus simpelweg niet op de receptoren van de karper. Daar komt bij dat flavours op oliebasis de stoffen die wel geur in zich dragen kunnen maskeren. Het olielaagje eromheen voorkomt detectie. En emulgatoren verdelen weliswaar de olie in kleine deeltjes zodat ze lijken te zijn opgelost in water, maar het enige wat gebeurt is dat de deeltjes niet meer kunnen samenklonteren. Ze vormen er als het ware een laagje om de delen, maar deze delen lossen dus nog steeds niet op in water. Pas dus op met wat je toepast. 
  • Dit wil overigens niet zeggen dat het gebruik van olie in je mix fout is. Absoluut niet! Olie en de stoffen en voedingswaarde die hierin zijn opgelost/opgeslagen kunnen een absolute meerwaarde hebben op de smaak van je aas. En de karper kan dit tijdens het proeven van het aas detecteren. De karper kan het voedsel als het ware "ontleden" in de delen waaruit het is opgebouwd en zo de olie waarderen. Er is dus niet sprake van smaak- of geurdetectie, maar hij is er na opname wel bewust van. Let wel: niet zuivere oliën als bijvoorbeeld olijfolie kunnen overigens prima meehelpen in de smaakbeleving. Hier zitten deeltjes in van Sardines bijvoorbeeld en dus aminozuren die oplossen in water. Etherisch oliën daarentegen (vluchtig en plantaardig) dragen zelden aminozuren. 
  • Het is belangrijk om je als visser bewust te zijn van het feit dat de karper onze boilie anders beleefd dan dat wij hem in ons hoofd opbouwen. Wij vissers denken bij het samenstellen van recepten vooral vanuit de grondstoffen waarmee we het recept bouwen, maar de karper wordt aangetrokken en vindt de boilie aantrekkelijk op basis van de bouwstoffen waaruit deze grondstoffen zijn opgebouwd. Het is dus handig om "omgekeerd" te leren denken (van metabolieten naar grondstoffen) en dit te vertalen naar de juiste keuzes. Relatie tussen grondstof en metabolieten:
    • Wij ontwerpen vanuit grondstoffen
    • Grondstoffen zijn opgebouwd uit nutriënten (macro en micro)
    • Macronutriënten zijn eiwitten, koolhydraten en vetten (wij rekenen hier ook de vezels onder)
    • Micronutriënten zijn vitaminen, mineralen en sporenelementen (zijn ook mineralen)
    • Door metabolisme (stofwisseling) ontstaan uit nutriënten de metabolieten (nucleotiden, organische zuren, aminozuren, enzovoort).
    • De karper signaleert metabolieten wanneer deze in water oplosbaar zijn
  • Geurmoleculen dienen dus altijd in water oplosbaar te zijn. Deze geurdeeltjes bewegen zich in water langzaam, met name in stilstaand water. Wind doet dit wat accelereren. In stromend water gaat het logischerwijs allemaal veel sneller... en 1 kant op. Houdt hier rekening mee als je ergens in de stroming bezig bent. 
  • Geur- en smaaksystemen zijn bij de karper twee aparte systemen. Geur is er voor het detecteren van prooidiertjes (voedsel o.a. in de vorm van "complexe wolkjes aminozuren") en de smaak bewaakt de inname van het voedsel. De smaak beoordeeld als laatste en als enige (!) of iets wel of niet opgenomen wordt en/of wordt gegeten. Met geur trek je dus de karper aan, maar of hij je aas ook daadwerkelijk oppakt hangt van de smaak af. Let wel: visuele of akoestische stimuli helpen een handje op z'n tijd. En natuurlijk helpt een flavour om de karper te lokken, maar pas op: de smaak bepaald uiteindelijk of het aas ook wordt opgepakt. Nogmaals, geur wijst de weg... smaak kiest! Eerst buiten de mond en daarna pas in de mond... (zie ook "Smaakzin" hieronder). 

Smaakzin: 


Ook bij de smaakzin spelen verschillende wetenswaardigheden een rol. Met name de betekenis die het heeft voor de voedselacceptatie is interessant. We hebben daarom het volgende voor je op een rijtje gezet:


  • Bijzonder is dat de verschillende lichaamsdelen van de karper waar zich smaakknopjes bevinden (kieuwen, mond, keel, baarddraden, lippen, vinnen, enzovoort) eigen verbindingen hebben met de hersenen. Met als gevolg dat het keuren van voedsel op basis van smaak feitelijk meermaals en onafhankelijk van elkaar plaatsvindt. Daarbij weten we dat met name in de mond (bij het palataal orgaan) een extreem hoge dichtheid aan smaakknopjes bevindt. 
  • Voordat het aas daadwerkelijk naar de keelholte wordt verhuisd, om het voedsel te laten malen, heeft de mond het veto-recht. Is het niet ok, dan wordt het weer uitgespuugd. Overigens wordt er niet alleen vanwege slecht voer gespuugd. Soms wordt het aas weer uitgespuugd om het te wassen. Smaakkeuring is een vrij lang proces bij de karper en dit opnemen en uitspugen van het voedsel ("wassen") is onderdeel van dit proces. Vaak nodig dus om vuile deeltjes te scheiden van het eetbare. Dit is interessant, omdat de karper dus niet perse hoeft te eten om hem toch te kunnen vangen!
  • Hier speelt het fenomeen nieuwsgierigheid ook een belangrijke rol. Deze eigenschap is vaak aanleiding genoeg voor de vis om iets op te pakken. Met name voor instant sessies nuttige informatie. Echter om ze op je plek te houden, terug te laten komen of zelfs voedselnijd te veroorzaken is een goede smaak essentieel. Zonder (goede) smaak kan je dus vis vangen, maar met een goede smaak vang je meer of langer. 
  • De karper heeft dus meerdere smaakreceptoren waarmee hij zowel organische als an-organische stoffen detecteert. Hij heeft ze zowel intern als extern:
    • Baarddraden
    • Lippen
    • Vinnen
    • Kieuwen
    • In de mondholte (Palataal orgaan)
    • In de keelholte
  • De karper onderscheidt daarbij een viertal basis-smaken die elk van hen een eigen betekenis voor de vis hebben. Het zijn als het ware controle-middelen om een gezond en veilig leven te kunnen voeren. Deze smaken betreffen:
    • Zoet: om o.a. calorieën te herkennen
    • Zuur: om o.a. weefselschade te vermijden
    • Zout: om o.a. de vochtbalans op orde te houden
    • Bitter: om o.a. vergiftiging te voorkomen
  • Een ander interessant fenomeen is dat karpers vanuit hun evolutie een smaakvoorkeur hebben ontwikkeld. Deze is universeel en wijkt af van soortgenoten. Al bestaan er wel verschillen per individuele vis, zo blijkt in de praktijk. Het smaaksysteem van de karper werkt echter onafhankelijk van de context. Hij is gebaseerd op het natuurlijk voedsel dat hij doorgaans tot zich neemt. Denk daarbij aan de talloze waterdiertjes. Deze proteïnerijke grondstof vormt het basismenu van onze vriend. Veel vismelen en andere dierlijke grondstoffen (extracten van muggenlarven bijvoorbeeld) bezitten eenzelfde voedingswaarde en sluiten dus goed aan op de smaakvoorkeur van de karper. Toch komt datgene wat de karper eet niet altijd voort uit zijn smaakvoorkeur. De context waarin de vis zich bevindt is soms nog meer bepalend. Hij wijzigt daarbij niet in voorkeur, als wel in eetpatroon. Zo kan gemakkelijk voedsel met veel "snelle energie" of aantrekkelijke smaak, hem ertoe overhalen flink te schransen. De rede ook waarom schrale en/of koolhydraten-rijke grondstoffen zoals tarwe of mais soms zo vreselijk effectief werken.
  • Gevoelig zijn voor een stofje betekent niet perse dat de karper het ook lekker vindt. Het stofje kan hem prikkelen zonder het te willen eten. Ook kan het andere grondstoffen beter doen smaken. Zo is zout op zich geen lekkere grondstof en vindt de karper tafelsuiker gewoon vies, maar in combinatie met andere ingrediënten kan het goed werken. We praten dan over smaakversterkers of -verbeteraars.
  • Elk prooidiertje heeft een eigen uniek, chemisch amino-patroon en is hierdoor herkenbaar. De karper kan dit waarnemen.